HomeDe scheidslijnPagina 68

JPEG (Deze pagina), 805.37 KB

TIFF (Deze pagina), 6.83 MB

PDF (Volledig document), 67.86 MB

68 4
sehen opgelegd en dat in één woord het beginsel van het goede
en van rechtvaardigheid een werkelijk bestaan. heeft. Recht- g
vaardigheid gekristalliseerd in de instellingen der menschen en ,
het verkeer van individuen en volken, dat is het Recht! " ‘
Korter, duidelüker, beter kan ik niet aanduiden, waarin het l
verband tusschen godsdienst en de menschelijke instellingen en V
wetgeving bestaat. De menschen hebben niet slechts sehoone I
raadgevingen noodig, maar evenzeer de erkenning van eene ik
hoogere dan menschelijke macht, waaraan de mensch de macht
ontleent verkeerden wil te doen wijken voor beteren wil.
Van dien hoogeren wil, dien wij God noemen hebben de Q
menschen zich verschillende voorstellingen gemaakt. Nu zal
toch wel niemand betwisten dat in Nederland geheel de bevol- 5
king hare voorstelling dienaangaande ontleend heeft niet b.v. f
aan Confucius, of aan Mohammed, of aan een of anderen
philosoof, maar aan de Heilige Schriften afkomstig van de g
Joden en van de eerste Christenen, en wel in de eerste plaats
van die geschriften welke ons de woorden en het leven van l
Christus meedeelen. Het Evangelie, mits eerlijk en in zijn geheel
aanvaard, is voor ons persoonlijk, maatschappelijk en staat-
kundig leven een betrouwbare leidsman en geschikt tot het
trekken op politiek gebied van eene juiste scheidslijn. {
Reeds in het begin van dit geschrift werd daarop de aan- .
dacht gevestigd. i
In de allereerste plaats berust, volgens het Evangelie, elke i
menschelijke verplichting op liefde. God liefhebben bovenal
wil zeggen: de geboden onderhouden, die Hij ons gaf omdat die
goed zijn voor ons, niet dus om ons te plagen; zoodat wij Hem
i eeren door Hem wederkeerig o11ze liefde te betoonen. Liefde .
nu laat zich niet afdwingen. Ook niet door vrees voor straf of
benadeeling. In het Oude Testament wordt vaak niet minder g
dan in het Nieuwe op de liefde Gods de nadruk gelegd. E
Liefdadigheid van staatswegc is dus niet mogelijk, omdat de
staat niet een mensch is, en de menschen die haar betalen daar- ‘
toe worden gedwongen. Als de mensch liefdadigheid uitoefent
mag de rechterhand niet ,· weten wat de linker doet; de
p *) Zie bl. 10 en 11.