HomeDe scheidslijnPagina 66

JPEG (Deze pagina), 840.19 KB

TIFF (Deze pagina), 6.80 MB

PDF (Volledig document), 67.86 MB

ee j
kapitalisme niet bestaat, omdat de toestanden daarvoor nog p
niet rijp zijn, dan zou men bemerken, dat ,,het communisme" j
lang reeds bestaat, doch in een vorm die de welvaart brengt t
aan allen, en dat het verschil tusschen het communisme in den D
naar theorieën ontworpen vorm en dat ’t welk zich naar den
historischen of natuurlijken weg heeft ontwikkeld, voornamelijk
hierin bestaat, dat in het eerste ,,de gemeenschap spaart en I
produceert, doch dit dan ook op hare risico, en door haar
inspanning moet doen; terwijl het historische communisme
E arbeid, besparing e11 belegging, laat uitgaan van -- maar dan j
ook de risico doet rusten op het individu. In schijn` moge laatst- j
genoemde thans ontzettend bevoordeeld zijn, feitelijk werkt hij,
uit puur egoïsme, voornamelijk voor anderen, ten bate zeer vaak
van allen. De gemeenschap, hem willende mwlooii, loopt, juist i
omdat zij den prikkel van het egoïsme slechts in minimale hoe-
veelheden bezit, gevaar van te vervallen tot de armoede van j
allen. j
Evenzoo zou ik kunnen wijzen op het vraagstuk van den
vrijhandel en de vrije concurrentie. Door velen wordt dit tegen-
woordig als een uitvloeisel beschouwd van ,,de vrijzinnigheid". "
Doch ten onrechte. Vrijhandel en vrije concurrentie beide zijn i
natuurlijke toestanden uit den loop der dingen, niet uit leer- t
stellingen ontstaan. Er bestaat alleen verschil in de waardee- i
ring van de economische uitkomsten vergeleken met die, welke l
het gevolg zijn van de beperking van die natuurlijke vrijheid. ;
Men kan daarbij het een of ander over het hoofd zien dat =
met zulke vraagstukken samenhangt, en dan kan dit ook door
juiste kritiek aa.n het licht worden gebracht. Maar daarvoor
is; een beroep op goddelijk gezag onnoodig, en zoo’n gezag is 9
even onaanwijsbaar, als waar het geldt de oplossing van een V,
natuurkundig probleem. Nadenken op grond van bestaande ii
verschijnselen moeten hier beslissen; althans, zooals ik zoo
dadelijk zal aantoonen, in de eerste plaats.
Ik ben het dus bij dit alles geheel eens met de liberalen als zij
zeggen, dat, evengoed als om een goed schoenmaker te zijn men
niet allereerst goed Christen moet zijn, maar wel goed zün vak
verstaan, zoo ook bij die zich direct of indirect met de publieke
. zaak bemoeit, kennis moet hebben van de economische wetten,