HomeDe scheidslijnPagina 63

JPEG (Deze pagina), 835.35 KB

TIFF (Deze pagina), 6.74 MB

PDF (Volledig document), 67.86 MB

63
spreken niet van Gods WYoord, wel van goddelijke ordinantiën
H daarin vervat.
,; Natuurlijk zal geen geloovig Christen den inwendigen
.sam.enlm’ng van het Oude en Nieuwe Testament ontkennen; te ·
i samen vormen‘zij de Openbaring Gods. Maar Israël was een
theocratisch, ­- door God zelf geregeerd - volk, en daarom
behelsden de Heilige Boeken ook eene voor het burgerlijk en
; het kerkelijk leven bestemde wetgeving. Tal van voorschriften,
i niet enkel den eeredienst, maar ook het maatschappelijk leven,
de staats- en rechtsordening betreffende, worden niet in de
_ westersche landen en in onzen tijd toegepast; zij zouden dit
i ook niet kunnen. Met voorbeelden dit aan te toonen, ware nut-
j teloos tijdverlies. Toch wil ik er nog even aan herinneren, dat
de, volgens Prof. KUYPER. strafbare dwaling, waaraan Calvyn
en de hervormers zich hebben schuldig gemaakt, voornamelijk
berust op het niet juist onderscheiden tusschen Israël, met zijn
E speciale roeping en de tot het Christendom toegetreden Chris-
tenbevolkingen. Het Oude en Nieuwe Testament vormen geen
tegenstelling; maar de steeds helderder wordende openbaring
culmineert in de verschijning van den Verlosser, `Wiens woorden
. en daden in de Boeken, die wij de Evangeliën noemen, zijn vast-
‘ gelegd. Het Oude Testament wendt zich speciaal tot het Jood-
sche, het Nieuwe Testament tot alle volken voor alle tijden.
J ,Christus. nu bracht door Zijne verschijning, Zijne daden en
j woorden, een anderen geest in de wereld dan die het Jood-
sche volk, ’t welk de goddelijke openbaring niet verstaan had,
9 bezielde. Hij zelf betuigt voortdurend dat Hij niets nieuws
< bracht, maar alleen dat Zijne {leer inging tegen de leer der
Pharizeeën en Schriftgeleerden. Herhaaldelijk wees Hij Zijne
l discipelen er op, dat zij niet wisten ,,van hoedanigen geest" zij
» waren, en zij hebben dat dan ook eerst begrepen ·na Zijne
á opstanding. En toen is de Blijde Boodschap aan de wereld ver-
§ kondigd.
Nu heeft Jezus niet de minste aanduiding gegeven van de
wijze, waarop staat, maatschappij of kerk moeten worden inge-
ï richt. Dat kon Hij ook niet doen, omdat Hij. zooals Hijzelf
enkele malen aanduidt, dáárvoor niet gekomen was, maar alleen
« om allen volken te leeren, waarin de ware aanbidding van God
K .
E
c