HomeDe scheidslijnPagina 50

JPEG (Deze pagina), 852.88 KB

TIFF (Deze pagina), 6.87 MB

PDF (Volledig document), 67.86 MB

1 i

5.0
5
ten believe van de Roomsch-Katholieken, zoodat zelfs geleerde
tij dgeneoten zich voortdurend afwenden van een geschiedschrij-
ver, als waarop weinige volken kunnen bogen.
Wij hadden in de vorige eeuw ook knappe koppen, goede histo­
rici. Eén hunner, Karricvnn vtm DE Corrnnno, was, inzender- i
heid op het gebied des rechts, een der uitstekendsten. Edoch: r
wie herinnert zich niet hoe die kundige Minister, bij de ver-
dediging der schoolwet van 1878, in den tijd toen bijna heel
het ,,intellect" schijnbaar aan zijne zijde stond, gewaagde van j
zekere ,,vlieg die de zalf des apothekers bederft" en van ,,eene
minderheid, die dan 1naar doodgedrukt moest worden", en hoe
die kolos, nog in hetzelfde jaar, als Minister, in dezelfde stu-
deerkamer gezeten waar vroeger ,,de Veldheer zonder leger" zijn
groote werken had geschreven, bij het vernemen van de uit-
komsten van het Volkspetionnement uitriep, dat hij 11iet ge-
dacht had, dat ons volk nog tot een zoo krachtige geloofs­
uiting in staat was. Hij kende de uitwendige geschiedenis wel,
maar wat in ons volk leefde wist hij niet, ofschoon reeds in 1857
vele der toenmalige ,,eonservatieven" voorspeld hadden wat ge-
schieden zou als men den Bijbel uit onze volksschool wegnam.
(meen van PmNsrE1n~:n had te veel doorzicht om niet reeds
bij zijn eerste publiek optreden te beseffen dat er tusschen j
wetgeving, landsbestuur en godsdienst een enverbreekbaar ver- ä
band bestaat. Steeds heeft hij dan ook het publiek recht der
kerk verdedigd tegenover hen die vooral »na 1848 verkeerdelijk l
leerden, dat na het verdwijnen eener heerschende kerk de kerk
niets andere was geworden dan eene vereeniging van personen, {
waarmee de openbare machten niet meer_ te maken hebben dan
met elke andere vereeniging van personen. Moeilijk is het uit
te maken wat hij precies onder het publiek recht der kerk ver-
. stond. Vast staat, dat hij in geen enkel opzicht herstel eener
heersehende kerk of aehteruitzetting van wien ook om zijn
geloof voorstend. Eveneens stond het bij hem vast, dat de E
ngereformeerde kerk" niet had opgehouden te bestaan, dat zij
dus gerechtigd èn verplicht was hare belijdenis te handhaven, .
en dat het kerkelijk reglement van 1816 rechtens niet ver-
dedigbaar was, vermits die kerk, met haar belijdenis waarvoor E.
‘ onze Vaderen goed en bloed veil hadden gehad, door ’s Konings 1