HomeDe scheidslijnPagina 41

JPEG (Deze pagina), 854.31 KB

TIFF (Deze pagina), 6.86 MB

PDF (Volledig document), 67.86 MB

j 41
A opneemt. Maar het werkt dan tevens naar buiten. Uiterlijke
instemming er mee is op zich zelve waardeloos, en daarom
kan ook een uiterlijke instemming met eenige leer of belijdenis-
i schrift nooit een juiste scheidslijn vormen. Er zijn menschen
die in ons oog tot de ,,ongeloovigen" behooren en toch dicht
, staan bij het. Koninkrijk Gods, en er zijn ook menschen ,,steevast
in de leer" maar verre van dat Koninkrijk verwijderd. Er
kunnen menschen zijn door en door bekend met en geloovende ‘
K aan de goddelijke ingeving van het ()ude Testament, zooals b.v. _
, in der tijd Saulus van Tarsen, en die tevens vierkant staan
_ j tegenover den Christus, doch die, zoodra zij met Christus
i persoonlijk in aanraking zijn gekomen, evenals Saulus op
datzelfde Oude Testament een geheel anderen ’kijk krijgen,
. bespeurende dat de oude Godsgezanten wel de komst van
i Christus hebben `aangekondigd, maar dat dit tot dusver aan
i hun oogen verborgen was gebleven, en die toen, evenals Paulus,
‘ tot vurige Christusbelijders zijn bekeerd.
j De kerk verdeelt; het Evangelie vereenigt. Ongetwijfeld is
ook bij hen die het Hoofd der gemeente, zooals deze zich door
woord èn daad geopenbaard heeft, eerbiedigen meermalen
J verschil van inzicht omtrent punten van wetgeving; een verschil
g dat ook onder hen, zooals ik boven opmerkte, uit verschil
van richting kan ontspruiten. Direct schrijft het Evangelie
omtrent wetgeving of staatsinrichting niets voor. Maar die
verschillen zijn onbeduidend, vergeleken bij die welke b.v. de
Christenen en de Marxisten verdeelen. Zelfs met Roomsch­
T Katholieken is samenwerking mogelijk, ondanks b.v. het verschil
in opvatting van het huwelijk, zoolang althans hun geestelijkheid
' veroorlooft, bij gemengde bevolking van Roomsch-Katholieken
2 en Protestanten, op wetgevend gebied hun specifiek Roomsche
inzichte·n te laten rusten. De thans door velen aangewende
, pogingen om eene alle Protestanten of alle Protestantsche
kerken onder een algemeen bindende belijdenis tc eercewigea
schijnen mij tot mislukking gedoemd, om de eenvoudige reden
t dat niet a.lle menschen zich intellectueel en op gelijke wijze en
op eenzelfde tijdstip ontwikkelen, terwijl eene geformuleerde ge-
loofsbelij denis ten nauwste met intellectueele en historische ont-
ï wikkeling samenhangt. Daarentegen acht ik de samcmuei·7c·iiig
I