HomeDe scheidslijnPagina 39

JPEG (Deze pagina), 834.32 KB

TIFF (Deze pagina), 6.82 MB

PDF (Volledig document), 67.86 MB

39
` Intusschen zoekt de gereformeerde groep, thans over twee
kerken verdeeld, reeds zekere eenheid van op kerkelijk gebied
gelijkdenkenden te bereiken met behulp van het ophijschen
` van de Calvinistische vlag. De andere groep komt dan daar-
, tegenover te staan. Zoo krijgen wij dan feitelijk, ons ondanks,
ï toch weer een scheidslijn, die beter geschikt is voor scheidslijn
op kerkelijk dan op politiek terrein.
, Waa1·on1 niet liever als scheidslijn eenvoudig te aanvaarden:
voor of tegen het Evangelie?
g DE KERK VERDEELT, HET EVANGELIE VEREENIGT.
x Of staat Calvyn boven het Evangelie? Vel wordt
vaak beweerd dat het Calvinistisch stempel zoo bijzonder
teekenend is,; omdat het Calvinisme Gods Souvereiniteit
boven alles stelt, begeerende dat alles geschiedt ter eere
Gods, en dat ·het doel van ons streven niet moet zijn
de redding onzer ziel, maar Gods eer. Doch is er wel
ééne richting, die in God gelooft en niet Zijne volstrekte
Souvereiniteit erkent? En wat die ,,eere Gods" betreft, zegt
i ons de Schrift niet, dat er blijdschap is in de Hemelen, niet
_. omdat een volk in uitwendige vormen God vereert, maar om
éénen ellendigen zondaar die zich bekeert, en dat dengene, die
, daartoe meewerkt, vele zonden zullen worden vergeven? Zou
l_ niet misschien ook in de redding der zielen, in de medewer-
, king dus tot het verrichten van dat wonderwerk, de grootste
' vereering bestaan, die wij den Almachtige kunnen betoonen?
tlii Te individualistisch wordt dit geacht. Maar ziet men, dit be-
werende, niet over het hoofd dat juist het Evangelie den
individu ïuitdrijft naar zijne broeders, dat alle Christusbe­
i lijders ook zendelingen moeten zijn, en dat, komen dezen, ieder
in eigen kring, hun verplichting na, de sociale werking van dat
Evangelie even krachtig moet worden als de zuurdeese1n in de
drie maten meels?
l Oppervlakkig beschouwd, heeft het wereldlijk bestuur weinig
of niets met godsdienst of kerk te maken, maar wie het leven
van een volk bestudeert, bespeurt onmiddellijk, dat altijd en
overal dat leven innig samenhangt met den godsdienst en
de daarop gevestigde zedelijkheidsbegrippen. Hieraan kan bij
eenig nadenken niemand twijfelen, zelfs niet hij die meent in