HomeDe scheidslijnPagina 38

JPEG (Deze pagina), 863.78 KB

TIFF (Deze pagina), 6.82 MB

PDF (Volledig document), 67.86 MB

38
politiek; dat derhalve een scheidslijn naar kerkelijke lijnen
reine onzin is. ‘
Intusschen, wil inen zich zelven niet 111isleiden, da11 kan 1nen è
zich niet ontveinzen, dat desondanks steeds op kerkelijk gebied
twee groepen Olll de11 voorrang kampen, beiden de autoriteit t
van de Schrift erke11nende, doch waarvan zich de een beweegt i11 ’ï
Gereformeerde richting, de andere niet. Beide groepen zijn l
over verschillende kerken verdeeld. Mocht het, door uitdrijving *
van niet begeerde elementen, b.v. door scherpe opdrijving e11
toepassing van den progressieven belastingschroef, gelukken het t
terrein, thans door de Hervormde kerk in beslag genomen, voor ‘
de g`€1‘Gl:OI‘l'l1GGl‘dGl1 alleen te v_eroveren, dan is te voorzien, dat ‘
_ alle Gerefornieerden zich weer kerkelijk zullen terugvinden, ¥
daar deze groep van oudsher het grootste gewicht heeft gehecht
aan het lid zijn der zichtbare kerk, e11 dan` meer dan nu ,,ker­
· kistisch" zullen worden, d. w. z. ook op politiek gebied hun g
vertrouwen enkel op de leden hunner kerk zullen vestigen.
Vooralsnog echter is het zoover nog niet, en zal het in afzie11­ 1
baren tijd ook wel niet komen. ­ 1
kas eene jaarlijksche uitkeering toegelegd, bedragende voor elk 1
vol duizendtal leden f 455, indien die gezindheden overigens voldoen F,
aan de vereischten door eene algemeene wet te stellen. 1
Elke tien jaren, te beginnen met 1921, wordt de jaarlijksche
uitkeering aan elke der gezindl1eden, in de eerste drie leden bedoeld, j
met f 455 verhoogd of verlaagd voor elk vol duizendtal, waarmede j
het aantal harer leden blijkt te zijn toe- of afgenomen. Zoolang
krachtens het le lid, eene gezindheid voor elk vol duizendtal leden
meer dan f 455 geniet, vindt geene verhooging - zoolang zij ,
minder dan f 455 geniet, geene verlaging van de jaarlijksche uit- L
keering plaats. ‘
De uitkeeringen worden, onverschillig of de gezindheden same11- V
gesteld dan wel enkelvoudig zijn, en in het laatste geval onverschillig
of zij al dan 11iet in onderling verband met andere gezindheden leven, Q§
afgedragen aan personen of colleges door haar daarvoor aan te ä
wijzen. _ . i
Voor de uitkeering wordt met gezindheid gelijk gesteld eene groep
van gezindheden, die behooren tot een verband, waarin zij met
elkander leven. _
'De in het derde lid bedoelde algemeene wet behelst mede de nadere
bepalingen, noodig ter uitvoering van dit artikel en waarborgt aan de
onderscheidene gezindheden de rechten welke zij aan bijzondere
titels ontleenen.