HomeDe scheidslijnPagina 34

JPEG (Deze pagina), 850.96 KB

TIFF (Deze pagina), 6.87 MB

PDF (Volledig document), 67.86 MB

34 E
de11 weg van het Koninklijk gezag zich met de kerkelijke zaken. Q
te blijven bemoeien, gelijk gedurende de republiek de wereld-
lijke macht, in strijd met de beginselen van Calvyn, voortdurend l
gedaan had. Bij art. 139 van de Grondwet van 1814 werd den
Souvereinen Vorst i·n niet geringe mate bemoeiing toegekend
met de gezindheden die, volgens die grondwet, eenige betaling i
of toelating uit ’s lands kas genoten. Er moest éénheid zijn,
althans voor die Protestantsche gemeenten die zich zelve be- `
schouwden als de voortzetting van de oude wereldkerk.
Alzoo kwam als van zelf het vermaarde Kerkelijk Reglement
van 1816 tot stand, hetwelk tot 1850 niet zonder ’s Konings
goedkeuring mocht worden gewijzigd, en dat nog steeds aan de
bestaande organisatie der Hervormde Kerk ten grondslag ligt,
al is ook thans die kerk (of kerkengenootschap) bevoegd zich
te reorganiseeren, met terzijdestelling van alle bepalingen van
dat reglement. De bevoegdheid des Konings tot invoering van
dat reglement kan m.i. op redelijke gronden onmogelijk wor-
den volgehouden. Maar wel kan de aanvaarding daarvan door
wie in 1816 tot de toenmalige kerken behoorde worden ver-
klaard. Zeer vele leden dier kerken waren destijds gelébe-
rallseerd; het ,,calvinisme" was er uit verdwenen; onder de
,,intellectueele" of leidende klassen was de onverschilligheid
voor ,,het dogma" doorgedrongen, de bestaande Dordtsehe I
Kerkeordening hing nauw samen met de belijdenis zelve, waar-
van velen vervreemd waren. Bovendien was de ,,heerschende"
kerk totaal in gebreke gebleven de gemeente tot zelfstandigheid
op te leiden, al trachtte men de kerkelijke zelfstandigheid te
handhaven. Het onderhoud der kerk geschiedde zoo goed als
geheel uit oude fondsen en stichtingen en uit de inkomsten
verschaft door de voormalige overheid. Daarbij kwam, dat in
A scltün krachtens art. 9 (thans 11) van het reglement de oude
,.kerkleer" gehandhaafd bleef. Doch reeds in 1816 bleek het .
duidelijk dat het omgekeerde het geval was ; immers reeds toen
werd uitdrukkelijk uitgesproken [dat ,,de Synode thans niet li
wordt geroepen o1n leerstellige geschillen te beslissen, maar om
de Kerk te besturen". Geheel in strijd met wat in 1618 ,,de
Kerk" was, was zij nu een genootschap geworden, door predi~