HomeDe scheidslijnPagina 28

JPEG (Deze pagina), 857.07 KB

TIFF (Deze pagina), 6.83 MB

PDF (Volledig document), 67.86 MB

28 H
met hun Kerk gebroken hadden van geen godsdienst meer;
wilden hooren. Ils avaient ~ zooals in dezen tijd de Fransche
Minister Vivr.-mr het uitdrukte - ,,éteint les lumières du ciel".
Maar in ons land was de toestand een andere. Ook hier bevonden
zich onder hen. atheisten, maar de Reformatie had het geloof in Q
Jezus Christus losgemaakt van de geestelijkheid; daardoor was
dit geloof beter in de ziel der bevolking doorgedrongen. Geen
strijd tegen den godsdienst was noodig; enkel tegen de ,,heer-»
schende kerk". En die strijd viel gemakkelijk, daar niet slechts i
Joden en Roomsch Katholieken daarbij belang hadden, maar
evenzeer allen die het slachtoffer van het oude régime waren _
geworden. Tegen de in 1798 afgekondigde vernietiging van de
,,heerschende kerk" is dan ook sinds dien voor zoover ik weet ·
niemand meer in verzet gekomen, behalve in den allerlaatsten
tijd de Hervormde (Gereformeerde) Staatspartij. De staats- E
regeling van 1798 belielsde- niet het beginsel van scheiding van ;
godsdienst en staa.t. Integendeel. Geen enkele ke·rk werd in haar
bestaan bedreigd; geen enkele predikant om zijn godsdienstig .
geloof lastig gevallen. Naast de Hervormde kerk kreeg elke kerk
dezelfde rechten; ook de Roomsch Katholieke, zonder dat echter, _
gelijk thans, de Paus als Geestelijk Hoofd der Christenheid van j
staatswege erkend werd. Aan ,,a.llen wordt zekerheid en be-
scherming verleend ten opzichte van de vrijheid om God te
dienen naar de overtuiging van zijn hart. Geen burgerlijke
voordeelen ot nadeelen zijn aan de belijdenis van eenig kerkelijk Vi
liccrstelsel gehecht. Elk kerkgenootschap zorgt voor het onder-
houd van zijnen eeredienst, deszelfs bedienaren en gestichten. ·
De gemeenschappelijke godsdienstoefening wordt verricht bin- i
nen de daartoe bestemde gebouwen en wel met ontsloten deuren.
Niemand zal met eenig onderscheid of teeken van een kerkelijk
genootschap buiten zijn kerkgebouw verschijnen". Aldus;
luiden de in de artikelen! 19-28 vervatte Hburgerlijke staatkun-
dige grondregels". Art. 8 luidt: ,,de eerbiedige erkentenis van
een Albesturend Opperwezen versterkt de- banden der Maat-
sehappij en blijft iederen burger ten duurste aa.nbevolen".
Niet minder duidelijk komt het standpunt waarop die staats-
regeling staat uit in de bekende bepalingen voorkomende in de
additioneele artikelen ,,van het? betalen der tractementen aan de