HomeDe scheidslijnPagina 26

JPEG (Deze pagina), 820.85 KB

TIFF (Deze pagina), 6.89 MB

PDF (Volledig document), 67.86 MB

26
weshalve haar en haar alleen alles toekwam wat vroeger in bezit, ,
eigendom of gebruik van dat instituut was geweest. In a.lle `
Protestantsehe landen werd hetzelfde geleerd; de Roomsch `
Katholieke kerk zou van zelve verdwijnen. Vel nam de indivi- .
dueele Godsdienstwrijlieid toe en bleef men niet verstrikt in de _
van de Roomsch Katholieke kerk overgenomen dwaling van ·
Calvyn en andere Hervormers, dat de ongeloovigen moesten j
worden verdelgd. Maar het stelsel dat de Overheid tot de Kerk .
moest behooren en hare inzichten (belijdenis) te handhaven had
_ bleef. VVan·neer men thans nog, ondanks alles wat sinds 1798 C
geschied en in onze grondwetten vastgelegd is, hetzelfde in onze
Tweede Kamer hoort verkondigen, naar aanleiding van de
benoeming van een van staats ~ niet van kerkwege ­ benoem-
den hoogleeraar in de theologie, dan kan 1nen begrijpen dat in ä
1618 zoo iets van zelf sprak, en dat niemand gevoelde dat op
deze wijze het pauselijk­ door het wereldlijk gezag werd ver- l
rrmgcvz. Voor de Roomsch Katholieken was dit dragelijk, voor
zoover zij vermochten in te zien dat ook zij zelven die leer
waren toegedaan, met dit verschil evenwel dat zij in den Paus
als plaatsvervanger van Christus eene goddelijke macht zagen,
die vaststellen ·mocht en moest wat de kerk gelooven
moet. Voor de Joden, ofschoon ook deze moesten bijdragen
tot het onderhoud van predikanten, was die toestand ook
nog dragelijk, wanneer zij tenminste dien vergeleken met ‘
hetgeen hun geloofsgenooten elders te verduren hadden.
Maar ondragelijk was die toestand voor hen die als
Protestanten op denzelfden bodem stonden als de Gerefor-
meerden, die ook hun inzichten dus ontlecnden en toetsten
aan de Heilige Schrift, en die, zij het ook minder door-
tastend, medegestreden hadden tegen de macht der Roomsche
geestelijkheid. Zulks te meer, omdat het eigenlijke verschil
tusschen hen en hun tegenstanders voornamelijk liep over de
leer der uit­verkiezing, een leerstuk in verband met den toen-
maligen strijd tegen Rome ’s leerstellingen wel van groote
beteekenis, maar tevens zóó ingewikkeld en duister, dat, vergis i
ik mij niet, zelfs de Roomsche Kerk daarover geen dogma heeft
willen vaststellen, en dat, toegelicht als het vaak wordt,velen met _­