HomeDe scheidslijnPagina 20

JPEG (Deze pagina), 849.13 KB

TIFF (Deze pagina), 6.97 MB

PDF (Volledig document), 67.86 MB

20 ?
en de gehoorzaamheid aan de geestelijke leidslieden trad in de g
plaats van de vervorming van den inwendigen mensch, die ons
dringen moet Gods geboden te volgen niet uit vrees voor straf lê
maar uit liefde tot God.
Intusschen hadden gedurende de eerste eeuwen van het
Christendom de Christenen geen hulp gezocht bij de wereld-
lijke overheden; veeleer stonden zg veelal tegenover deze, daarin E
het voorbeeld volgende van hunnen Heer en Meester. Dit ver-
anderde, zoodra de Christelijke gemeente met hare leidslieden, i
onder Keizer Constantijn zich verbond met de wereldlijke 1
macht. Evenals elk heidensch volk zijn goden had, met de daarbij
behoorende priesterschap, die in nauwe vereeniging met het
wereldlijk opperhoofd het volk beheersehte, zou nu het Chris- p
tendom in de plaats treden van het heidendomi Keizer Constan-
tün en de leiders der Christenheid vereenigden zich, en in plaats
van de nationale godendienst zou nu treden de wereldgodsdienst. 4
Waiit ook de toenmalige heersehers droomden steeds van een r
wereldrijk. ;
Geenszins werd bij dat alles met bewustheid ,,de leer" van p
Jezus verlooehend. De Schriften der Joden en die der na Q
Christus heengaan ontstane evangeliën met enkele andere E
geschriften bleven de grondslag, zoodat ook in volgende eeuwen _f
tal van uitnemende Christenen het echte Evangelie van J. C.
aan de volkeren hebben verkondigd. Maar daarnaast ontstond °
de macht eener geestelijkheid, die optrad voor de ,,wereldkerk",
welker kenmerk is eenheid van geloof (croyance). Uiteraard kan g
zoodanige eenheid slechts eene uiterlijke zijn, zich openbarende i
in onderworpenheid aan eene mensehelijke macht, in gehecht-
heid aan symbolen, aan uiterlijk eerbetoon. Uitgeroeid moest
worden wat nog aan het heidendom herinnerde, voor zoover dit
niet, door vergeestelijking, in de Kerk ko11 worden overgenomen.
Christenen, die zich durfden verzetten tegen eene menschelüke
macht, welke zij niet erkenden als door God zelven ingesteld
moesten, met behulp der wereldlijke macht, worden gestraft,
des noodig vernietigd, omdat zij voor de zoogenaamde Christe-
lijke wereld een gevaar opleverden. Verdedigbaar scheen dit I
, alles, ~ niettegenstaande het vlak inging tegen ,,de leer" van
K Jezus -- met een beroep op de verhalen in het Oude Testament,