HomeDe scheidslijnPagina 19

JPEG (Deze pagina), 832.26 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 67.86 MB

2
J9
j Uit deze geschiedenis blijkt, dat ten tijde van den H. Am-
brosius ,,de leer" van Jezus d. w. z. het Evangelie diepen
indruk op de volken had gemaakt, zonder dat het wereldlijk gou-
vernement zich er mee had bemoeid. Die ,,leer" had niet alleen
de heidensche tempels omvergeworpen, maar was eek staande
gebleven tegenover de Romeinsche Keizers, die zich zelf uit-
ä gaven voor Gods zonen, doch ten slotte het hebben moeten
E afleggen voor Jezus Christus, gekruisigd en niettemin als Zone
Gods erkend. Die overwinning kan moeili_jk aan iets anders
worden toegeschreven dan aan het feit dat allengskens het
j heidendom door een nieuwen geest was bezield.
Het is dan ook niet te verwonderen, dat steeds geheele volks-
stammen of volken zich tot dien nieuwen God wendden. Ziet
men dit niet nog voortdurend, b.v. in onze koloniën., wanneer
’ een heidensche volksstam het vertrouwen in zijne goden ver-
, liest, en overloopt naar den God der Christenen, die sterker
G blijkt te zijn dan den hunnen. 'Het is duidelijk, dat op zich
zelf zulk een overgang weinig beduidt, omdat bij die massale
j overgangen van persoonlijke bekeering nog weinig sprake is,
J terwijl juist het Evangelie in zijn wezen individualistisch is.
Jezus richt steeds zich tot den zondaar, als individu, niet tot
,,het volk" als zoodanig ; zijne ,,leer" is begrepen in de bekende
uitspraak: God lief te hebben bovenal en den naaste als zich
zelven" waaraan geheel de wet en de profeten hangen. Die
,,leer" betreft dus het leven, niet een systeem of theologisch
stelsel. Zoo weinig hecht Hij aan nationaliteit - bij de Joden
1 hoofdzaak - dat Hij hun toevoegt dat God uit steenen ,,kinde-
ren Abrahams" kan verwekken. _
Intussehen heeft de massale toetreding der heidenen tot het
Christelijk geloof - onder die heidenen bevondenzich ook
groote denkers ~ grooten invloed uitgeoefend op de ontwik-
‘· keling der Christelijke kerk. Niet het minst ongetwijfeld ook ·
op hare organisatie. De eenheid, door Jezus gepredikt, bestond
in het geloof in den Heer, kenbaar aan het in waarheid houden
van Diens geboden, waaruit de liefde tot God en tot elkander
moest blijken. Maar die eenheid, moeilijk uiterlijk waarneem-
baar, openbaarde zich steeds meer in eenheid in de symboliek,
j waarin de diepere gedachten als het ware worden uitgebeeld,
'
2