HomeDe scheidslijnPagina 16

JPEG (Deze pagina), 895.03 KB

TIFF (Deze pagina), 6.74 MB

PDF (Volledig document), 67.86 MB

i
16 i
ïhad, door een anderen vorst weer werd teruggenomen. Het ging
hier om historische rechten, die de heidensche religie zich wettig
verworven had, en haar daarvan te berooven was onrecht.
Hoe kunt ge het dulden, vroeg hij aan den Keizer, dat inuw
rijk men gemakkelijker zijn levensonderhoud verdient door aan
den dienst van menschen, dan aan den dienst der goden zich
te wijden? ·. 9
Bovenal, het staatsbelang zelf bracht mede, dat de Staat
·voor den eeredienst te zorgen had. Wa11t als de tempels leeg-
stonden en de offeranden ophielden, zouden de goden vertoornd
worden en, gelijk nu reedsgeschied was, door hongersnood de
volkeren straffen. ` Y
Natuurlijk kon Symmachus, waar hij voor een Christelijken
keizer optrad, niet beweren, dat de heidensche religie de eenige li
ware was en dus daarom alleen door den Staat moest gesteund J
worden met geld. Een dergelijk exclusief standpunt namen de 9
intellectueelen onder de heidenen ook niet meer in. Hij stelde i¥
zich veeleer op het standpunt, dat ten slotte alle religies niet {
anders dan verschillende vormen zijn om den eenigen waarach-
tigen God te dienen. Juist daarom moest de Staat al deze l
religies beschermen, want al deze religies konden dan hunne
geheime krachten gebruiken om het Staatsgezag te bevestigen.
Al spreekt Symmachus het niet met ronde woorden uit, er ligt
hierin niet onduidelijk opgesloten, dat hij er geen bezwaar tegen
heeft, wanneer de Staat ook de Christelijke Kerk aan staats-
tractementen helpen wil, mits de oude historische rechten van Q
de 'heidensche religie maar erkend werden en de heidensch 5
priesters hun salaris weer ontvangen. _ - E
De indruk, dien deze rede op het hof maakte, was geweldig. H H
Heel de keizerlijke raad zonder onderscheid was van oordeel, ~
' dat het beklag van Symmachus over het onrecht, de heidensche
religie aangedaan, billijk was en dat de‘staats­salarissen aan de
priesters weer- moesten uitbetaald wordeni Alleen de' jonge Q
Keizer bood nog weerstand, en wilde, wat zün broeder had T
vastgesteld, niet te ·niet doen ;‘ maar de vraag was, of de Keizer Y
niet voor den aandrang van het hof ten slotte bezwijken zou. g
Het is toen dat Ambrosius, de bisschop van Milaan, een der j
edelste bisschoppen, die de Christelijke Kerk heeft gekend,