HomeDe scheidslijnPagina 14

JPEG (Deze pagina), 785.88 KB

TIFF (Deze pagina), 6.88 MB

PDF (Volledig document), 67.86 MB

14 K
steeds bleven en blijven zij den volksgeest vergiftigen door hun
onjuiste voorstelling van de gezindheid hunner tegenstanders.
· Zóó scherp plegen zij de Christenen te bespotten en naar
beneden te halen, dat menigeen nauwelijks voor zijn Christelijke i
overtuiging durft uit te komen.
Maar, zoo wordt telkens gevraagd, hoe kunnen de Christelijke 4
beginselen als grondslag voor Staat en Maatschappij worden
aanvaard, waar onder de Christelijke Kerken zoo groote ver-
deeldheid bestaat?
Deze allergewichtigste vraag wensch ik thans te bespreken.
Voor dat te doen, vestig ik de aandacht op een belangrijk
artikel in de H emut, blijkbaar geschreven met het oog op den i
hedendaagschen aandrang tot verhooging van Staatstracte- J
menten. Ook daarvoor is het uiterst leerzaam, maar niet minder l
voor het punt dat ik thans wenseh te bespreken. 1
Ziehier het artikel in zijn geheel:
,,Een der middelen, Waardoor het Heidendom zich nog zoo-
lang staande heeft gehouden, zelfs toen de Christelijke Kerk
de overwinning had behaald op geestelijk gebied, was, dat de
Staat voortging met de heidensche priesters hun salaris te
betalen.
De heidensche tempels en priesters hebben steeds van de E
staatskas geleefd.
De priesters waren staatsdienaren, die daarom ook door de,n
Staat betaald Werden. jj
En zelfs nadat Keizer Konsta·ntijn het Christendom had aan­
genomen en de Christelijke Kerk nu de eereplaats kreeg, werden j
de heidensche priesters nog uit de ·staatskas onderhouden en
kregen de Christelijke geestelijken uit de staatskas niets.
' Eerst Keizer Gratianus besloot aan dezen onhoudbaren l
toestand een einde te maken en vaardigde een decreet uit, waar- K
door aan deze heidensche priesters en tempels de staatsinkom-
sten onthouden werden.
Hij verbood echter de uitoefening der heidensche religie niet,
maar wel wilde hij, dat die heidensche godsdienst niet langer
op staatskosten zou geschieden. ‘
Voorzoover er nog aanhangers van dezen heidenschen gods-
I