HomeDe taak der strafrechtsplegingPagina 17

JPEG (Deze pagina), 900.09 KB

TIFF (Deze pagina), 7.97 MB

PDF (Volledig document), 26.36 MB

‘ 15
Het was toen de Atheensche republiek haren bloeitijd ging
naderen, dat onder Solon’s hervormingen ook in de crimineele
wetgeving de humaniteit, de erkenning der individueele rechten
werd doorgevoerd. En tot eene dusdanige matiging heeft deze
<pi2.m«s·pmrz« geleid, dat later Prinro zou verklaren: ,,de deugd
der Atheners schijnt er te hooger om te staan dan elders,
` omdat niets dan hun geweten er hen toe dwingt".
Het was alweer met de renaissance, de reformatie, dat
tegenover de ingeroeste instellingen der middeleeuwsche rechts-
U pleging, hervormingen, verbetering der procesvormen, verzachting
der straffen, werd doorgevoerd. Reeds van een Wvotrrrn, van
een Emsmos af; werd daarvoor geijverd. De vroegste calvi-
nistische bewegingen te onzent, te Utrecht en elders, brachten
onmiddellijk met zich een streven naar verbetering van het
lot der verdachten en gestraften, naar vermenschelijking van
de strafrechtspleging. Ook de opkomst van tucht- en werk-
huizen als de Amsterdamsche, legt er getuigenis van af. Maar
het is niet minder merkwaardig hier een in den laatsten tijd
zooveel besproken naam uit andere kamp te noemen, den
kardinaal Bormoivmnus, wiens J ustitieele Verordeningen, omstreeks
1570 voor Milaan uitgevaardigd, ,, de rechten der menschheid
met de pijnlijkste zorgvuldigheid behartigden", naar een on-
partijdig beoordeelaar zegt. ­
Het is andermaal in den tijd der ,,Aufklarung", van voorbe-
reiding der omwentelingen tegen het einde van de 18e eeuw,
‘ dat wij in de strafrechtspleging de verhooging van den eerbied
voor de persoonlijkheid ontmoeten. De geweldige reactie die
_ tegen het toenmaals heerschende autoritaire stelsel intrad, zal
` ik thans niet in onderdeelen beschrijven. Ik wil slechts een
teekenend voorbeeld geven, dat mij onlangs trof in de
j correspondentie tusschen twee toenmalige geemigreerde
4 Fransche edellieden.1) Een hunner schrijft over het feit, dat
1) Lettres d’a.ristocrates (ed. 1907). Le Comte de Quélin, àM. le president
W de Saint­Luc.