HomeHet karakter der onafhankelijke theologiePagina 64

JPEG (Deze pagina), 1.04 MB

TIFF (Deze pagina), 10.41 MB

PDF (Volledig document), 100.79 MB

l
i 23
i eene wetenschap, waarvan God het object is, gezegd te kun-
; nen worden.
j Het komt er maar op aan wat men onder dit woord ,,gods­
E dienstwetenschap" verstaat. Bedoelt men eene wetenschap ,
_ j ­ i waarvan de godsdienst, als psychologisch of historisch verschijnsel,
het voorwerp is, een onderzoek naar zijn oorsprong, zijne ont-
F wikkeling en de wetten waaraan deze gehoorzamen , in één woord i
' wat `men tot hiertoe placht te noemen ,,ReZ2y2'0¢z<sy2áiZ0s0;2ázè" ,
j dan ·is voorzeker haar recht van bestaan spoedig verzekerd en
E haar pleidooi gewonnen voor de rechtbank der wetenschap.
Immers godsdienst behoort tot de verschijnselen van het men-
? j schelijk leven en geen daarvan mag de wetenschap ignoreeren.
j Maar tevens is dan haar karakter opgeofferd, haar zelfstandigheid
prijsgegeven: de wetenschap van den godsdienst wordt een ‘
‘ l onderdeel der historische of der psychologische wetenschap,
daargelaten `de vraag of zij, in dit laatste geval, onder de v
j rubriek van de physiologie, of onder die van de pathologie
j van den menschelijken geest zal gerangschikt worden.
_ z Begrijpt men daarentegen onder godsdienstwetenschap, niet
alleen het onderzoek naar de wijze hoe de godsdienst zich
i vertoont in het menschelijk leven , maar ook dat naar het recht
` j u va.n zijn bestaan, naar de eeuwige waarheid, die zich daarin
l i openbaart, dus naar de wijze, niet alleen hoe de mensch gods-
' dienst heeft, maar ook hoe God zich aan en in den mensch
E openbaart, dan is godsdienstwetenschap hetzelfde als wat tot
. hiertoe theologie genaamd werd.
n ik Deze zin nu wordt door mij bedoeld. De theologische we- o
tenscliap, zooals zij tot hiertoe immer is opgevat geworden ,
‘ als een complexus van wetenschappen, welke alle, in hare
philologische, historische , philosophische verscheidenheid , in
r betrekking staan tot de kennis van God en in deze kennis zoo
a wel het doel zien,·waarnaar zij streven, als den band bezitten,
. die haar verbindt, deze meen ik als ik van haar goed recht i11 i