HomeHet karakter der onafhankelijke theologiePagina 61

JPEG (Deze pagina), 1.00 MB

TIFF (Deze pagina), 10.42 MB

PDF (Volledig document), 100.79 MB

` 20
het m. H., en, wel verre van aan de natuurwetenschap haar .
recht te betwisten om ook het menschelijk leven en alle de
verschijnselen daarvan, die zich op natuurwetenschappelijken A
weg laten verklaren, op te nemen binnen het gebied der door
, haar waar te nemen en te verklaren voorwerpen, zie ik er ‘ E
· integendeel, mits zij ook het recht late aan de wetenschap des i
geestes om den mensch op andere wijze waar te nemen en niet 1
uit de natuur te verklaren, een bewijs te meer in van den "
encyolopedischen band tusschen de verschillende wetenschappen
en van het anthropocentrisch (‘) karakter der wetenschap in het j
algemeen. Wat dit laatste betreft, het wordt immers door de _
natuurwetenschap niet gelooohend dat de natuur, voor zoo- [
verre zij erkenbaar is, in den mensch haar toppunt
bereikt en dat haar leven zich in het menschelijk leven con- , .
centreert? Weliiu, indien het haar tot hiertoe niet gelukt is, l
_ den geest in den mensch of, wilt gij het meer concreet uit- ` i i
drukken,’ het zelfbewustzijn uit de natuur te verklaren en dus, l
indien zij beweert dat dit op haren weg zal kunnen doen, Z ­
waarlijk niet minder profeteert dan indien wij, die den geest
als het oorspronkelijke aannemen, beweren dat ook de stof _
uit den geest zal zijn te verklaren, dan blijve het voorloopig l`
in de wetenschap bij het dualisme, maar worde van beide zijden l
toegestemd dat dit dualisme voorloopig en niet definitief is, ·
daar het door het bestaan zelf van den mensch , van den mensch , ··
die immers geen dubbelwezen is, principieel is opgeheven. j
In den mensch alzoo zien wij het middenpunt der wetenschap , I
de samentreiiing niet alleen van natuur en geest, maar, meer
i algemeen, van het objectieve en van het subjectieve, van het °
· zijn en van het denken. ‘
_. De waarheid der encyclopedische idee ligt daarin , in het
antliropocentrische karakter van alle wetenschap. ­ . j
« Nogmaals, zullen wij deze idee prijs geven? Neen, wij
zullenïï het Lniët omdat wij het niet behoeven te doen ,1· en dus ` · ï
4
i .