HomeHet karakter der onafhankelijke theologiePagina 50

JPEG (Deze pagina), 1.04 MB

TIFF (Deze pagina), 10.36 MB

PDF (Volledig document), 100.79 MB

wwimf 'W________________w____m__‘__;'_w_J_;äx`_,,¢___x____w,_;_ ,,._, pg .,...m . . . .-.. ,. .. . _ -~ - » ’ - · ··#·i~·_­F ‘‘‘‘ Y " ` ` ‘ ' I (
9
. · I.
Wij letten op den zin van het woord, op de ontwikkeling "
der idee, op de waarheid der zaak. '
­ Ik spreek van de encyclopedie der wetenschappen, niet van
g de universieteit als zoodanig. Beide begrippen zijn verwant,
li"; maar behooren toch onderscheiden te worden. Het eerste duidt ~
·; meer het inwendige, het laatste het uitwendige aan der zaak,
die wij bedoelen. Het eerste is als de ziel waarvan het laatste
H het lichaam is. De universiteit is eene inrichting, eene stich-
‘­ . ting, een bouw, waarvan de bezielende gedachte, de geest, die
. de symmetrie der deelen beheersoht en het gebouw tot een
kunstig samenstel en niet eene toevallige samenvoeging van
. . i onderscheidene deelen doet zijn, is de encyclopedische idee.
j I Reeds in de etymologie der beide woorden en in den histo­ .
_ rischen oorsprong van den zin aan beide gegeven is dit onder-
scheid aangeduid. Hoe weinig toereikend beide, èn etymologie I i
èn historische oorsprong, ook in den regel zijn om de
volheid der idee, die zich van lieverlede ontwikkelt, uit
{ te drukken , even weinig als de breede en diepe stroom _
* reeds aan de bronnen, waaruit hij zich vormt, kan worden
· gezien of vermoed, toch ligt in die taalkundige en historische
e oorsprongen reeds eene aanduiding der idee, die nog- hare I
. ontwikkeling wacht. Welnu ­-‘ het behoeft nauwelijks. herin­ jl
-nering - de etymologie van het woord evzcyclopeclie stelt ons
het onderwijs, of de opvoeding, de mama, voor als een
I harmonisch geheel, waarvan de deelen in elkander overgaan,
êv xóxxa , zoodat het eene aan het andere zich aansluit en
· in het andere overgaat, zonder dat de continuiteit ergens ·
· afgebroken worde. Wat nu den historischen oorsprong betreft,
dezen hebben wij te zoeken bij dat volk der oudheid, dat het
% . . . _·.
` meest _het gevoel der harmonie der dingen bezat en dat in de gj;
ontwikkeling der beschaving juist het ééne , in die fijnheid en