HomeHet karakter der onafhankelijke theologiePagina 17

JPEG (Deze pagina), 1.07 MB

TIFF (Deze pagina), 10.30 MB

PDF (Volledig document), 100.79 MB

,.7 Y, , ~-¤=;_,_,.­r­>-­­­­- W - - - .. --
a l
j ‘ 15 `
Y ` ` _warmte van het zuiverst hartebloed, en zeer dikwerf laat
` doorschijnen een ongeëvenaarde tijnheid en juistheid van j
blik in de diepste diepten en naar de hoogste hoogten.
' Tusschen die Bijbelsche theologie en de Bijbelsche ge-
schiedenis is een zeer nauwe samenhang. De Bijbelsche
l geschiedenis is voor een belangrijk deel afspiegeling en j
j vrucht vande Bijbelsche theologie. Men geeft dien nauwen
. samenhang niet toe, en wil de geschiedenis als het feite-
K lijke, en dus boven elken twijfel verhevene, onderscheiden
/_ van de Bijbelsche theologie als speculatie over die feiten.
Maar zijn die dusgenaamde feiten der geschiedenis dan vol-
j strekt objectieve vastigheden, die daar de eeuwen door
j onveranderlijk dezelfde kunnen blijven en vóór ons staan als l
_ , de werkelijke objectieve pyramiden van Egypte? Wat is ,
l eigenlijk de geschiedenis? Zij is immers niets anders dan
l ‘ ` een in ieder telkens levend menschengeslacht voortgezette u 1
, overlevering van berichten over hetgeen volgens het oordeel
j van sommige menschen, die zich met geschiedschrijving
­minder en meer ernstig bezig hielden, gebeurd is. Die E
j ·berichtgevers waren al of niet ooggetuigen, en gebruikten
j in het laatste geval al of nietide berichten van ooggetuigen. . j
A Wij hebben dus allereerst te doen met de geschiedschrijvers, M
met de waarde van hunne bronnen en het al of niet goede
j A gebruik, dat zij van die bronnen maakten. Maar daarmede 4 E
t bewegen wij ons weder geheel op het gebied van weten- l
j schappelijke menschkunde en daardoor bestuurde menschen- j
j kennis. Menschen zijn altijd en overal menschen. i De nei- nl
l ging tot bijgeloof en lichtgeloovigheid, die wij zoo dikwerf 4
.3 met godsdienstig leven en streven zien gepaard gaan; het
, gretig en met overtuiging aannemen van alles wat naar 'i
Q c eigen inzicht zóó kon zijn of zóó behoorde te zijn; de onbe- 4
. { wuste onoprechtheid van de partijdigheid; de gewone en niet
W
· ;
»