HomeDe wet van 28 april 1876 en de algemeene geschiedenisPagina 7

JPEG (Deze pagina), 735.30 KB

TIFF (Deze pagina), 5.31 MB

PDF (Volledig document), 19.82 MB

, nl -
5 s
komstig de wet en de uit haar voortgesproten verordeningen de
geschiedenis gaan bestudeeren, dan zal men, om het geheel der
. historie machtig te worden, de hoofden van twee dier per-
sonen hebben te openen. Men heeft het voorschrift versmaad:
wat de Heer heeft aaneengevoegd zal de mensch niet scheiden.
Te vreemder is de bejegening ,· dit vak ten deel gevallen,
omdat de wet van 28 April 1876 in haar definitie van Hooger
V _, Onderwijs, art. 1, tweederlei doel voor dit onderricht erkent.
,,Hooger onderwijs, zóó l.uidt dat artikel, omvat de vorming
en voorbereiding tot zelfstandige beoefening der wetenschap-
pen en tot het bekleeden van maatschappelijke betrekkingen,
waarvoor een wetenschappelijke opleiding vereischt wordt."
·' Dit artikel overtreft in duidelijkheid verre het lste artikel
der wet van den 2den Mei 1863: ,,Tot het middelbaar on-
O derwijs worden gerekend te behoorqn alle vakken, welke
j volgens deze wet onderwezen worden aan de scholen, waar-
over zij zich uitstrekt," een bepaling, die ons als in een
cirkel doet ronddraaien en waaruit men niet veel anders
verneemt, dan dat Middelbaar onderwijs is, wat het zal
blijken te zijn. In tegenstelling met dit artikel leert het lste
artikel der thans ingevoerde wet, dat er is bij het Hooger
i Onderwijs een tweeledig doel, een theoretisch en een practisch.
In een land, als het onze, waar, uit den aard der zaak,
i de wetenschap, alleen om zichzelf, schaars wordt gezocht, j
weegt vooral zwaar de vraag, of een wet aan de vorderingen
van het practisch leven voldoet. Het wekt alzoo rechtmatige I
verbazing te zien, dat de wet van 28 April 1876, art. 16
en 97, aan het doctoraat in de klassieke en in de Neder- ~
landsche letterkunde het jus docendi der Geschiedenis aan
de gymnasiën verbindende, zelfs aan het candidaatschap in
het laatstgenoemde vak de bevoegdheid toekennende, om J
de Historie aan een burgerschool te onderwijzen, er niet ·
voor heeft gewaakt, dat zij, die deze gewichtige rechten F
z
l
il