HomeDe wet van 28 april 1876 en de algemeene geschiedenisPagina 5

JPEG (Deze pagina), 648.71 KB

TIFF (Deze pagina), 5.37 MB

PDF (Volledig document), 19.82 MB

i Y WA V ___‘_‘K_a_w_W_i,_,,_,,;_,,,z:,_;,__;___,,, -­. ­.·...« , ,r».«,.»,; aeg. - Y,·
è" A
r
je l
. E e
. l v
ik
, Wij staan, M. H., den aanvang van een nieuw tijd-
i « perk. Behoudens enkele tijdelijke uitzonderingen is het or-
j ganiek Besluit van 2 Augustus 1815, houdende regeling van
het Hooger Onderwijs, vervallen en tegelijk daarmede de
P nasleep der overige bepalingen, hetzelfde onderwerp betref-
l fende, in latere jaren vastgesteld. Vervangen worden die J
j verordeningen door de wet van 28 April 1876, Staatsblad no. ‘
102. Is het waar, wat de Commissie van rapporteurs van de
A Tweede Kamer der Staten­Generaal vóór ruim een tiental
jaren in een harer verslagen omtrent den staat der hoogere,
, middelbare en lagere scholen zoo welsprekend getuigde, dat A
i de Nederlandsche natie het Hooger Onderwijs buitengemeen j
( ‘ hoog schat; dat bij dit volk de waardeering van den ge- .
` leerden stand diep is geworteld; dat het is, alsof het besef
der vrijgevochten vaderen, die in de vestiging eener hooge- q
_ _, school het edelste loon van hun manmoedig strijden zagen,
nog leeft in de gemoederen van den nazaat, dan is geen
pen in staat, de vreugde en de opgetogenheid der Neder-
landers te beschrijven, nu vele of alle wenschen dier rap-
»,'.` porteurs zijn vervuld en de zaak van dat Hooger Onderwijs A
E. 5 de gouden eeuw schijnt tegemoet te gaan.
" Hoe geneigd ook, op grond van menig artikel in de nieuwe
Wet, in den juichtoon, die alom, of althans hier en daar, i
is aangeheven, in te stemmen, kan ik niet verbloemen, dat, l‘
j naar mijn bescheiden meening, die wet toch niet in alle
. ­ 1* al
.51 . `