HomeDe wet van 28 april 1876 en de algemeene geschiedenisPagina 26

JPEG (Deze pagina), 749.12 KB

TIFF (Deze pagina), 5.05 MB

PDF (Volledig document), 19.82 MB

o · · 24 l » { `
hooren te wezen. Alreede voor POLYBIUS is de grondwet van ' E
’t historieschrijven het betrachten der waarheid. Zonder de j Z
waarheid, luidt zijn uitspraak, is de geschiedenis gelijk aan _ I
een dier, dat van het licht der oogen is verstoken. BODINUS,,_ I
een schrijver uit de zestiende eeuw, willende in zijn Metáodus L
r ad facilem Iziszforiarum cognitiovzem met de behandeling van V i
zijn onderwerp beginnen, geeft, als deünitie van de geschie­ (
. denis, dat zij is een ,,vera narratio". LA rorrzmninnn, een ‘
zijner tijdgenooten, denkt, dat -geen ander het doel is der ‘
historie, dan te versühafïeu ,,le proüt, qu’on tire de la 1
vérité". Zoodra men dit wit, de waarheid, niet hoofdzakelijk (
op het oog heeft of op een zijweg afdwaalt, geschiedt iets A ‘ ,
van dien aard, als nüns in zijn Entwmjf einer Propöideuliis des j j
Mszforiscken Srfudiums aan de zoogenoemde pragmatische ge- ‘ ‘ ,
schiedschrijvers verwijt, dat zij, ter wille van het pragma­ . ,
tisme, de historie geheelenal uit het oog verliezen. j
Maar welke is de stof, waarop die voornaamste der his- ,
torische wetten moet worden toegepast? Ook dienaangaande ·
_ weerklinken in onze ooren stemmen nuit de oudheid, die van ,
Bolybius vooral, ons inprentende, dat het de roeping is der
· historieschrijvers, den blik op het groote geheel gericht te _ .
houden. Intusschen was het noch hem, noch zijn voorganger ‘
Ephorus gegeven, een Algemeene Geschiedenis in den waren _ j
A zin van ’t woord te boek te stellen, de leus, waaronder zij `
_ dienden, ten volle gestand te doen. Eveneens verliepen de
duizend jaren, die de Middeleeuwen worden geheeten, zonder
` iets, dat ernaar zweemde, voort te brengen. En zelfs na gl
het aanbreken van den nieuwen tijd duurde het nog een
paar eeuwen, aleer de eerste struik der Algemeene Geschie­ ii
denis ontkiemde. Hoe vruchtbaar ook het humanisme of de i
herleving van de studie der klassieke oudheid, de uitvinding '
der boekdrukkunst, de kerkhervorming op het historieschrij­
Ven werkten, al ware ’t maar alleen hierdoor, dat zij de