HomeDe wet van 28 april 1876 en de algemeene geschiedenisPagina 14

JPEG (Deze pagina), 717.67 KB

TIFF (Deze pagina), 5.24 MB

PDF (Volledig document), 19.82 MB

` ä
. 12
tijdschrift zelf zal niet licht worden beschuldigd van geneigd- {
heid om in het oude gareel te loopen. In zijn stuk stelt de
bedoelde auteur de Maria Stuart van Schiller en die van de
historie naast of tegenover elkander. Al dadelijk is de laatste .
F uitdrukking, de Maria Stuart van de historie, zeer beden­
kelijk, nu het geschil over den persoon en de zaak van 2
Maria Stuart een der meest brandende strijdvragen is van
den dag; nu dit eindeloos schijnende geding, dit onoplosbaar
schijnend raadsel juist in de laatste jaren weder debatten
heeft in ’t leven geroepen , die vooralsnog geen vaardige en
zoo maar voor ’t grijpen gereed liggende uitspraak beloven; d
nu men met man en macht erop uit is, te zoeken, of er
een Maria Stuart van de historie is te vinden. ' ij
Het opstel teekent de koningin van Schotland als licht­
zinnig, als iemand, die, onder bescherming van titel en i
rang, zichzelve prostitueert, haar leven lang den hartstocht
dient, door overspelige liefde heerscht, over wie daarom de
wrekende Nemesis tot de laatste oogenblikken zweeft. De
geschiedvorschers, die trachten te betoogen, dat zij on-
schuldig was aan den moord van Darnley, worden onhandig
genoemd. Het staat bij den schrijver vast, dat het geen
andere dan Maria is, die Darnley lokt naar het huis, waar ‘ 2
hij zal worden omgebracht. De herculische üguur van Both-
well, wordt verzekerd, ontvlamt Maria’s verbeelding en doet {
haar behagen vinden in de omarming van den woesten ä
lrrijgsman. Maar dit alles en zooveel meer zijn juist de j
punten in quaestie, het thema, dat in behandeling is. Doch, ‘
zal men zeggen, de auteur in Los en vast heeft zijn phan­
tasie eens de vrije lucht gegund. Niet alzoo, want hij ge-
waagt vooreerst van de Maria Stuart der historie en doet
vervolgens een beroep op de jongste documenten, die voor ._
hem liggen. Van den inhoud dier jongste documenten be·
speurt men evenwel niet veel, evenmin van de nasporingen