HomeBeschouwingen over het vraagstuk onzer landsdefensie in den zomer van het jaar 1873Pagina 7

JPEG (Deze pagina), 943.48 KB

TIFF (Deze pagina), 7.69 MB

PDF (Volledig document), 28.38 MB

.
lj lf
. O ë
, door hem uitgesproken. En wèl beschouwd, maakt dit argu­ j
i ment den grondtoon uit van alle redevoeringen, welke tegen
jj het bovengenoemde Regeeringsvoorstelin ’s lands vergaderzaal
Or hebben weerklonken.
Te vergeefs zal men in al die redevoeringen zoeken naar
I eene degelijke en duidelijke bewijsvoering, waarom de toepas- °
g sing ten onzent van het beginsel, blootgelegd in het Regee- ,
ringsvoorstel, niet noodzakelijk wordt geëischt uit het oogpunt ä
van algemeen staatsbelang.
i Te vergeefs zal men daarin zoeken naar eene zoodanige l
bewijsvoering, wanneer het geldt om aan te toonen, dat, al
mocht de uitvoering van den voorgestelden maatregel noodza­ l
‘ kelijk zijn tot het verkrügen eener doelmatige inrichting van
ons krijgswezen, dit ten uitvoer brengen echter door bijzondere
omstandigheden bepaald onmogelijk is.
Te vergeefs zal men daarin zoeken naar zoodanig overwe- p
gende bezwaren tegen den vorm van het Regeeringsvoorstel, i
als noodig zün om de onvoorwaardelijke verwerping daarvan
te rechtvaardigen in de donkere dagen, die wij beleven. De =
i wijze, waarop die verwerping thans heeft plaats gehad, geeft
~. aanleiding tot het voeden van de vrees, dat men de noodzake-
L lijkheid der gewenschte hervorming onzer krijgsinstellingen ,
eerst zal begrijpen op het oogenblik, wanneer die hervorming Y
, in den meest drukkenden vorm ten onzent zal worden uitge- h
voerd op het bevel van den vreemdeling.
Te vergeefs zal men zoeken in de soms vrij uitvoerige ver- j
j toogen tegen de voorgedragen Wet naar een juist en duidelük E
{ afgebakenden weg (die tevens begaanbaar is) langs welken
ï men, op andere wijze , dan die der Regeering, wil geraken
A tot eene hervorming van ons krijgswezen. ­ Die hervorming ",
wordt toch sedert zoo langen tijd, op zulk een onverholen 1
ä toon als noodzakelük erkend in de raadzaal onzer Volksverte­
genwoordigers - en het ontbreekt daar niet aan bevoegde
en talentvolle mannen om hieromtrent het verlangen onzer l
Tweede Kamer duidelijk kenbaar te maken, indien een zoo- ti
i danig verlangen werkelijk aanwezig is. ff
r l
ï E
P
ls
E , E