HomeBeschouwingen over het vraagstuk onzer landsdefensie in den zomer van het jaar 1873Pagina 32

JPEG (Deze pagina), 803.29 KB

TIFF (Deze pagina), 7.65 MB

PDF (Volledig document), 28.38 MB

pf
ïêï
l l ' ·
jl eo
ig`? de loting voor den dienst bij de Sohutterij zouden worden aangewezen, hun r
oefeningstüd door te brengen in het Leger, terwijl tevens die oefeningstüd
niet korter zou mogen zün, dan die welke is vastgesteld voor hen , die door Q
dezelfde loting bij het Leger werden ingedeeld. Indien men eene Schutterü ( 4
li wil bezitten , die aan hare roeping kan voldoen , dan moeten de schutter- i
iv plichtigen geheel geoefend worden , volgens de regels van de kunst , in de i
li, gelederen van het leger. - Wij vergeten hier niet, dat onze Grondwet ook
volstrekt niet belet om de Schutterij uitsluitend samen te stellen uit hen , Y
al die gedurende vijf jaren dienstplichtig zijn geweest bü het Leger. Doch , ?
j V behalve andere bedenkingen , die men daartegen kan aanvoeren, zoo ware
S het nemen van zulk een maatregel al te onbillijk. - Niet onnoodig is het
J nog ter dezer plaatse te vermelden, dat zoowel het mindere kader als dat _
I der subalterne officieren bij de Schutterü behoort te bestaan uit hen, die
. voldoen aan zekere voorwaarden en die dan, tegen eigenaardige daaraan
verbonden voordeelen, vrüwillig dienstplichtig blijven, nu het verstrijken
g van den termün, die door de Grondwet is voorgeschreven. De hoogere
j otiioieren benoodigd voor de Schutterij , alsmede een gedeelte der kapiteins _.
N moesten daarbij gedetacheerd worden uit het Leger. i
Deze denkbeelden omtrent eene organisatie onzer levende strijdkrachten heb- ,
Q1 ben wü niet medegedeeld, om, bij het reeds overgroote aantal organisatieplan- al
lf nen van dien aard, ook voor het onze een bescheiden plaatsje te verwerven. ·
j Hadden wij daarmede een zoodanig doel op het oog gehad, dan zouden wü N3
M hieromtrent onze denkbeelden breeder hebben uitgewerkt. Ons doel met die
mededeeling was echter geen ander dan om te bewijzen , dat in Nederland
{ het vaststellen van den verplichten persoonlijken militairen dienst gelijk staat
jg, met het vaststellen van algemeene militaire dienstplichtigheid , indien men ten-
t minste den diensttijd, bepaald bij Art. 182 van de Grondwet, blijft behouden, F,
f en ......... indien men alsdan zou willen besluiten tot eene ernstig '°
li gemeende hervorming van ons krijgswezen, die doeltreffend is. .
ll
zh'
l """"?"‘ i
V ‘”
i.
r
{
l