HomeBeschouwingen over het vraagstuk onzer landsdefensie in den zomer van het jaar 1873Pagina 26

JPEG (Deze pagina), 959.99 KB

TIFF (Deze pagina), 7.70 MB

PDF (Volledig document), 28.38 MB

itt
24
den, die er bestaat omtrent de toepassing van dat beginsel. .
’ Niet zelden hoort men dan ook eene opmerking van den volgen-
? den aard : »De zwarigheden bij het in toepassing brengen van het r
pj beginsel der algemeene militaire dienstplichtigheid zijn°van bui-
tengewonen aard - niet, omdat ons volk zulk een buitenge-
äi wonen weerzin heeft in den krijgsdienst - maar , omdat ten ;
onzent de gevoelens der mannen van het vak omtrent de toe-
passing van dat beginsel zoo buitengewoon uiteenloopen."
Alleen het laatste gedeelte van die opmerking is geheel juist.
De gevoelens der mannen van het vak omtrent de bedoelde
quaestieloopen ongetwijfeld zeer uiteen. Indien men echter weet,
aan welke oorzaak dat uiteenloopen moet worden toegeschreven, A .
il dan vervallen alle bezwaren , die hieruit kunnen voortvloeien. , .
Om dit duidelijk te maken moeten wij herinneren aan den
ruimen voorraad van verhandelingen van allerlei aard, geleverd
A door krijgskundigen over algemeene militaire dienstplichtigheid. ,
‘ _, Die verhandelingen, allen in de hoofdzaak overeenstemmend.
en aanvankelijk slechts in bijzaken verschillend , waren bestemd T
voor het groote publiek. Maar in hoeverre heeft ten onzent dat , i
publiek van den inhoud dier verhandelingen met belangstelling
kennis genomen? ­- In hoeverre heeft dat groote publiek den {
i inhoud van die verhandelingen getoetst aan-de ervaring, aan-
gebracht door gebeurtenissen, waarvan men, als het ware, oog-
en oorgetuige is geweest? - Een ieder beantwoorde deze vra- j
gen voor zichzelf. ­- Wü antwoorden er op, dat de quaestie
lj der algemeene militaire dienstpliohtigheid slechts ernstig is on-
derzocht door hen, die omtrent het hoofdbeginsel daarvan eigen-
bg lijk niet meer behoefden te worden overtuigd ­- en die nu,
daar dit hoofdbeginsel toch niet in toepassing komt, uit tijd-
verdrijf , onderling gaan redetwisten, en dan misleid door
is blinden ijver dikwijls bijzaken tot hoofdzaken weten te verheffen. ,
Voorzeker geeft men op die wijze aan het groote publiek de
wapens in de hand om er züne ongevoeligheid voor de hoofd- •
quaestie schynbadr mede te rechtvaardigen , . . en in Neder-
land maakt dat publiek van die wapens een gretig en behen­ T
‘ dig gebruik.
‘I
tl