HomeBeschouwingen over het vraagstuk onzer landsdefensie in den zomer van het jaar 1873Pagina 25

JPEG (Deze pagina), 944.29 KB

TIFF (Deze pagina), 7.69 MB

PDF (Volledig document), 28.38 MB

l 4
23 ·
Men zou ter dezer plaatse kunnen opmerken, dat, evenals
bij de toepassing van elk beginsel, ook hier, de wijze, waarop
dit geschiedt, volstrekt geene bijzaak is. - Wij herhalen hier-
W omtrent ons gevoelen, dat, eenmaal het bedoelde beginsel aan-
genomen zünde, al de rest vanzelf volgen zal - en wel op
eene wüze, die weinig te wenschen overlaat. Dit gevoelen.
h steunt op de ervaring, welke men kan putten uit de geschie-
denis van elken constitutioneelen staat, zooals de onze. Zoo- v
dra de uitvoerende en wetgevende machten werkelijk eensge-
zind zijn, dan kan het niet anders of alle wetten, welke vast-
gesteld worden door hare ernstige samenwerking, zün goed en
doelmatig. ­- ln dit bijzondere geval zou men kunnen begin- _
nen met het uitvaardigen eener voorloopige Wet (büv. voor2 `··;, t
a 3 jaren), die uitgaande van het beginsel eener absolute af- l
schaffing der plaatsvervanging en nummerverwisseling, slechts
de noodige algemeene bepalingen zou moeten bevatten, terwijl ik
j de regeling van alle büzonderheden, omtrent vrijstellingen enz., l
‘ I werd opgedragen aan een daartoe in te stellen oppersten Mili­ J
tieraad. Zoodoende had men gelegenheid uit de ervaring te '
· leeren, welke bijzondere bepalingen eene detinitieve Militiewet
, behoort te bevatten; tegelijkertijd zou men zich alzoo in staat
stellen om die Wet in verband te brengen of wel te vereeni- "
_ gen met de nog altijd te verwachten Wet op de Schutterij. -·­
Doch ........ wij hebben ons voorgenomen omtrent de toe-
passing van het beginsel der algemeene militaire dienstplich­ l
tigheid in geenerlei beschouwingen te treden. Er zün over die .
toepassing reeds zooveel verschillende denkbeelden geopperd ,
dat wij gedachtig zijn aan de woorden van den wijzen La Fon- i
taine: .
· Le trop d’expédie11ts peut gater une affaire:
On perd du temps au choix . on tente, on veut tout faire; p
{ N’en ayons qu` un; mais qu’il soit bon. .
’ Intusschen schijnt men in deze zaak nog niet tot die , door
i La Fontaine aangeprezen, eensgezindheid te kunnen geraken.
‘ En het groote publiek, afkeerig van het beginsel, verzuimt ‘
vl niet om partij te trekken van de verwarring van denkbeel- ,
N
X3 ‘ p
< .5