HomeBeschouwingen over het vraagstuk onzer landsdefensie in den zomer van het jaar 1873Pagina 24

JPEG (Deze pagina), 903.00 KB

TIFF (Deze pagina), 7.69 MB

PDF (Volledig document), 28.38 MB

22
deren zal. In deze onze meening werden wij versterkt bü
het kennisnemen van het driedaagsch parlementair debat, dat
begonnen werd op 27 Juni en dat eindigde op 30 Juni jl., en zoo
is het verklaarbaar dat wij toen gedachtig werden aan de H
spreuk, die aan het hoofd dezer beschouwingen staat vermeld.
sx Als vanzelf dringen zich hier vragen op als de volgende. -
gl Moet eene Volksvertegenwoordiging niets anders zijn dan het
blinde, lüdzame orgaan van den volkswil, of mag zü meer
zijn dan dat? ­- Mag zij bij het doen harer uitspraken, be-
halve met den volkswil, ook rekening houden met hetgeen.
soms geheel strijdig met dien wil, echter gebiedend wordt
geëischt in het belang van ’s volks welvaart? -­ Moet zij dit
­` ‘ laatste niet doen, wanneer dit belang niet alleen betreft ’s volks
l welvaart, maar meer bepaald de verzekering van het onafhan-
‘ I kelijk volksbestaan? ­­ Mag zij alzoo te voorschün roepen
meer dan het beeld van hetgeen het volk werkelijk is, n. l. ,
dat van hetgeen het volk behoorde te zün? - Zou de stem A)
. eener Volksvertegenwoordiging niet zijn de stem, welke op een
volk den diepsten indruk maakt, indien het noodig is om dat
volk te doen begrijpen , dat het zich moet inspannen, tot het u
brengen van offers, waartoe het ongenegen is'? -­ Het beant­ ‘
H woorden dezer vragen is voor onze zwakke krachten te zwaar.
Er is nog iets, dat men bij het medewerken tot invoering
i der algemeene militaire dienstplichtigheid niet uit het oog mag
verliezen. Men hechte niet te veel waarde aan den vorm,
waarin dit aanvankelijk geschiedt. Indien eenmaal het begin-
jj sel van dien maatregel als nuttig en noodzakelijk zal zijn er-
‘ kend, dan volgt al de rest van zelf. - Het is uit dit oogpunt, ‘
i dat wij bij het mededeelen dezer beschouwingen, volkomen ,
zijn gerechtigd om ons te onthouden van elk oordeel over den {
vorm, waarin door de Regeering de toepassing van dat _begin­ j
Z sel werd voorgesteld. - Het verdedigen van dien vorm, zoowel j
als het veroordeelen daarvan behoort bovendien te blijven bui-
ten ons bestek. 'l
. I
r
n §