HomeBeschouwingen over het vraagstuk onzer landsdefensie in den zomer van het jaar 1873Pagina 23

JPEG (Deze pagina), 900.42 KB

TIFF (Deze pagina), 7.64 MB

PDF (Volledig document), 28.38 MB

i.
_ 2*1
J dan is het eveneens plicht om niet te berusten bij de beslissing ,
j welke men thans heeft genomen. Men moet dan , ieder naar
= zün vermogen en binnen den kring zijner bevoegdheid, alles
aanwenden wat tot vernietiging van die beslissing bijdragen kan.
j Men moet daarmede onvermoeid voortgaan zoolang men het
voorgestelde doel niet heeft bereikt, en zoolang het laatste
j schijnsel der hoop vanhet te bereiken nog niet is verdwenen.
. Dat laatste schijnsel sterft niet weg, voordat de nacht waarop
geen morgen volgt , over Neêrlands onafhankelük volksbestaan
zal zijn uitgespreid.
Bij het aanwenden van pogingen tot vernietiging der uit- N
spraak, die genomen is door onze Volksvertegenwoordiging
omtrent het beginsel van verplichten persoonlijken militairen
dienst, menge men zich in geenerlei politiek twistgeding van Q
bijzonderen aard. Men kan daarbuiten blijven , zoodra men is
doordrongen van het gevoel, dat het al of niet aannemen van
dat beginsel als eene levensquaestie voor ons volk moet worden
aangemerkt en dus ver boven alle, andere quaestiën van het
‘ oogenblik verheven is. Men stelle zich hierbü verder uitslui­ A-
tend tot taak om zijne overtuiging ingang te doen vinden bij
het geheele volk. Niet voordat het volk de noodzakelijkheid '
van een zoodanigen maatregel heeft begrepen , zal het mogelük
zün om algemeene militaire dienstplichtigheid ten onzent in
te voeren. Zonder dat zou de Wet waardoor dit werd beproefd
toch blijven hetgeen men >>een doode letter" noemt.
Zooals thans de zaken nog staan, heeft, naar onze meening,
de Tweede Kamer door het uitspreken van haar veto te dien ,
opzichte met de meest nauwkeurige juistheid den wensch en
den wil van de natie teruggegeven. De Volksvertegenwoordi­ ‘
ging, die wij thans bezitten , geeft in allen deele het volmaakt
r gelijkend beeld van het Nederlandsche volk, zooals het in onze
dagen denkt en handelt. Eerst wanneer dat volk anders zal
denken en anders zal handelen , kan men verwachten, dat ook
V de Volksvertegenwoordiging hare denk- en handelwüze veran- ’
j i
{ . I i . .