HomeBeschouwingen over het vraagstuk onzer landsdefensie in den zomer van het jaar 1873Pagina 21

JPEG (Deze pagina), 951.41 KB

TIFF (Deze pagina), 7.66 MB

PDF (Volledig document), 28.38 MB

19
Bitter zijn ze zeker , maar overdreven zijn ze niet. Het zijn
gedachten, welke bij niet weinigen onwillekeurig oprijzen bij
het aanschouwen der werkelijkheid rondom zich heen. Wan-
neer wij ze mededeelen, dan geschiedt dit alleen uit zucht om
den zeer gevaarlijken toestand, waarin Nederland uit een mili-
tair oogpunt thans verkeert, zoo aanschouwelük mogelijk voor
te stellen. y
Die voorstelling is overeenkomstig met de waarheid; na-
melijk, met de waarheid, zooals deze zich voordoet aan onzen
. geest. En zooals een ieder weet, is het aan ons menschen
niet gegeven om op welk gebied ook, werkelijke , absolute ‘
` waarheid te aanschouwen. Wij zien daarvan slechts het beeld, i
dat geheel afhankelijk is van de vermogens waarover wij kun-
nen beschikken, van de wijze waarop wü die vermogens heb-
ben gebruikt, en van de omstandigheden waaronder wij ver- .
keeren. Het aantal verschillende voorstellingen van de waar- ,
heid is dus altijd volkomen gelijk aan het getal zelfstandig
waarnemende en denkende wezens. Niemand is daarom ver- i
der van de waarheid afgedwaald , dan hij die zich inbeeldt
haar werkelük te hebben aanschouwd. Dit belet echter geens-
, zins, dat een ieder rechtmatig handelt, ja zelfs niets anders _ ·
dan zijn plicht vervult, wanneer hij zijne handelingen in het
A algemeen regelt naar overtuigingen, gegrond op hetgeen door j
hem als de waarheid wordt geëerd. Een natuurlük uitvloei­ i
sel van dit recht en van dien plicht is, dat men de overtui- i
gingen van anderen moet eerbiedigen, ook wanneer ze lijn- ~ i
recht in strijd zijn met de onze, hierbij alleen tot voorwaarde j
stellende, dat die overtuigingen werkelijk zün gegrond op hetgeen
door hen die ze koestert in gemoede als de waarheid wordt erkend.
Dit een en ander voorop gezet hebbende, zoo zal niemand
kunnen twijfelen aan den eerbied, welken wij toedragen aan -
iedere overtuiging, welke heeft voorgezeten bij onze Volksver-
tegenwoordigers, die een afkeurend votum hebben uitgebracht
over de voorgestelde afschaffing der plaatsvervanging en num- i
merwisseling in ons militiestelsel.
Men heeft beweerd, dat tot de verwerping van dat voorstel ,