HomeBeschouwingen over het vraagstuk onzer landsdefensie in den zomer van het jaar 1873Pagina 20

JPEG (Deze pagina), 909.93 KB

TIFF (Deze pagina), 7.67 MB

PDF (Volledig document), 28.38 MB

___ r ,_ _ __, _, V _ .. , ' .>_ _, ,,__,_.~,_ ,. . .,- _, ..,. _ ,, ,.. 5. .. ... .... ..- r . _, M
18
de leden van dit korps, met het oog op ’s lands belang, een
zeer magere troost. Maar die troost is niet gering , wanneer
zij zoo menigmalen moeten opmerken , dat hunne stem door
hunne landgenooten wordt begroet als die van den koopman
bij het rondventen zijner waren. -- Oratio pro domo - cha-
cun prêche pour sa paroisse - zucht om in ons land het mi-
litarisme wortel te doen schieten: ­ ziedaar uitdrukkingen,
welke men sedert jaren gewoon is te vernemen, indien men
het waagt den Nederlander aan te sporen tot meer zorg voor
zijn krijgswezen. Wij zwijgen van die, welke bepaald kwet- _ .
send zijn.
Men spreekt in onze dagen veel van christen-plichten. En `
als waren er nog niet genoeg, zoo denkt men er telkens nieuwe
'uit, tegelijk met nieuwe wijzen om ze ten uitvoer te brengen.
Maar, indien lijdzaamheid en zelfverloochening hare plaats
onder de christen­plichten nog niet hebben verloren en als
de uitvoering van die plichten nog steeds overeenkomt met
het begrip, dat daaromtrent van oudsher werd gekoesterd, dan
worden die beide plichten door den Nederlandschen officier
ongetwijfeld met gestrengheid beoefend. Hü beklaagt zich daar-
over niet, want, dit is met die plichten in strijd. Aangezien ,
w echter van verschillende zijden meermalen wordt geklaagd,
dat het met de christelijke gezindheid van de kinderen dezer A
eeuw betreurenswaardig is gesteld, zoo is het te vreezen , dat
het Nederlandsche officierskorps, zoowel wat betreft gehalte
. als getal, trapsgevvijze zal verminderen en vrij spoedig uitster-
ven. Reeds is dit merkbaar.
Indien ons volksbestaan gewelddadig mocht worden aange-
rand alvorens dat uitsterven heeft plaats gehad, dan willen wij
{ hopen, dat het tot in hun laatsten rechtmatigen vertegenwoor-
diger moge blijken, dat de Nederlandsche officieren ten allen
tijde bereid zijn geweest op het altaar des Vaderlands niet al-
leen ten offer te brengen hun leven, maar ook hunne krijgs-
- manseer , want, zonder eene nog tüdige hervorming van ons
krijgswezen, staat deze bü een eventueelen oorlog ieder oogen-
blik op het spel. - Zijn dit overdreven bittere gedachten? ­­