HomeBeschouwingen over het vraagstuk onzer landsdefensie in den zomer van het jaar 1873Pagina 19

JPEG (Deze pagina), 970.91 KB

TIFF (Deze pagina), 7.49 MB

PDF (Volledig document), 28.38 MB

ii
I 17 ,
en weet men de oorzaak van dat gebrekkige, dan moet
men die oorzaak wegnemen, ten koste van wat het ook moge
zijn. - Men kan hiertegen aanvoeren: >>voor het bepaalde
, geval, waarop thans wordt gedoeld, is het middel erger
dan de kwaal, die reeds te groote vorderingen heeft gemaakt?
indien deze verklaring overeenkomstig is met de waarheid ,
dan schiet er voor het Nederlandsche volk niets anders
over dan zooveel mogelijk met kalmte en waardigheid
zijn naderend einde , als zelfstandige natie, af te wachten.
Zoo/veel mogelyk met kalmte en waardigheid, want kalme waar-
Q ­ digheid kan men slechts zeer betrekkelijk vertoonen in het
geval, dat men door een bekrompen gevoel van eigenbaat
zichzelf eene doodelijke krankheid op den hals heeft gehaald.
Ongemerkt zouden wij er langzamerhand toe komen om een ‘
nieuw pleidooi te leveren, ten gunste van het beginsel der
algemeene militaire dienstplichtigheid. Dit ligt niet in onze `
bedoelingen. Naar de mate van ons vermogen , hebben wü
vroeger getracht dit te doen in algemeene trekken. Hierop ·
i kunnen wij ons geenszins beroepen bij het uiten van de mee-
J ning, dat het leveren van zulk een pleidooi thans geheel over-
bodig is. Wel kunnen wij tot staving van die meening een
{9 beroep doen op de geschriften en talrijke besprekingen van "
zoovele anderen, die daarin dikwijls op uitstekende wijze niet p
1 alleen het nuttige , maar tevens het noodzakelijke der algemeene
* militaire dienstplichtigheid voor Nederland tot in bijzonderhe­ r
den hebben aangetoond. Waarvan ook, nimmer zal men het
Nederlandsche officierskorps kunnen beschuldigen, als zouden i
daaruit niet tijdig krachtige stemmen zijn opgegaan om aan .
het Nederlandsche volk de noodzakelijkheid eener hervorming J
van zijn krijgswezen duidelijk te maken, en tevens dat Volk op
den eenigen weg aan te wijzen langs welken eene doelmatige t
ii hervorming daarvan kan worden verwezenlijkt. Zü, die aldus
i hunne stem hebben verheven, deden dit zeer dikwijls met
‘ voorbijzien van eigenbelang. Metgerustheid kan men daarom V _
verklaren, dat het Nederlandsche ofticierskorps ten dezen aan
i al zijne verplichtingen heeft voldaan. Zeer zeker blijft dat voor ‘
» 2
7 al
J