HomeBeschouwingen over het vraagstuk onzer landsdefensie in den zomer van het jaar 1873Pagina 18

JPEG (Deze pagina), 909.24 KB

TIFF (Deze pagina), 7.49 MB

PDF (Volledig document), 28.38 MB

16 I
Alleen bü het vaststellen der belastingen van bepaald militai-
ren aard, is het door gewoonte langzamerhand een soort van
recht geworden om van dat beginsel af te wijken.
Doch van een beginsel - wanneer het juist is ­- wijkt men i
nimmer af, zonder voor die afwijking te worden gestraft.
Ten aanzien van zulke beginselen kan er nooit sprake zijn van
uitzonderingen, evenmin als men deze kan aanwijzen op alge-
meene wetten, welke dien naam werkelijk verdienen. ­-­
A W&HHGB1` de inrichting eener maatschappij steunt op de toe-
· passing van een juist beginsel, dan legt men de kiem voor _
een ziekelrjken toestand van die maatschappij, zoodra men zich -
veroorlooft van die toepassing, al is het ook slechtsin een j
enkel opzicht, af te wijken. De kiem, welke men alzoo heeft
gelegd, kan lang blijven sluimeren, doch zoodra zich de ken-
teekenen vertoonen, dat zij tot ontwikkeling komt, dan is het
voorzeker plicht daartegen de meest afdoende maatregelen te
nemen. En het gaat dan niet aan om te jammeren over de
gevaren en bezwaren, verbonden aan het nemen van die maat- I
regelen. Nog minder passend is het zulk een gejammer zoo-
danig te overdrijven , dat men die maatregelen onmogelijk Q
maakt. Men handelt dan als de zieke, die uit vrees voor
eene pijnlijke en gevaarlijke operatie zichzelf den dood be-
rokkent. {
Men handelt dan echter verstandig en plichtmatig door W
als een zieke voor het uitvoeren der operatie den meest be- *
kwamen heelmeester uit te zoeken. Maar niet altijd heeft
men daartoe tijd en gelegenheid, zoodat men in dusdanig
geval zich onderwerpt aan den meest vertrouwbaren, die zich
voordoet. ls de tijd , waarin men nog heil van de operatie
wachten kan, eenmaal voorbij, dan is de patient onherroepelijk
verloren. - Wanneer dit waar is ten opzichte van een orga-
nisme , zooals het menschelijk lichaam, zonder de behoorlijke
instandhouding waarvan een mensch ophoudt een mensch te r
zijn - niet minder geldt het voor dat maatschappelijk orga- g
nisme, zonder de behoorlijke inrichting waarvan een volk geen
volk blijven kan. Blijkt die inrichting gebrekkig te wezen, l
· 1
Y