HomeBeschouwingen over het vraagstuk onzer landsdefensie in den zomer van het jaar 1873Pagina 16

JPEG (Deze pagina), 904.58 KB

TIFF (Deze pagina), 7.51 MB

PDF (Volledig document), 28.38 MB

14 .
Men denke aan de overwinningen van Hannibal, die zonder
operatiebasis zich jaren lang staande hield in een vijandelijk _
land, bewoond door het krachtige volk, dat eenmaal de we- ë
reldheerschappij voeren zou, doch daartoe eerst de oorlogs- A
kunst leeren moest.
Men geve acht op de onbegrensde tirannie uitgeoefend door
de zware ruiterij van den zoogenaamden riddertüd. De macht ik
van die ruiters verdween, niet eerst door het in gebruik komen
van buskruid, maar reeds van het oogenblik af, dat de ge-
oefende Zwitsersche voetknecht had aangetoond, dat men den `
door ijzer en staal gedekten Centaurus - naar wiens naam .,
ten onrechte het begrip, verbonden aan ridderlijkheid, is ge- D
doopt - niet meer behoefde te vreezen. -
Men herinnere zich de weggestorven glorie van het thans ;
zoo ongelukkige Spanje, welke glorie dat land voor een niet 5
gering gedeelte had te danken aan de voortreffelijke geoefend-
heid züner infanterie op een tijdstip, dat in het overige
Europa de staande legers juist in hunne geboorte waren. Toen L
was echter reeds een nieuw tijdperk aangebroken , dat der
eigenlijke staande legers.
In deze periode vormt de krijgsmansstand een geheel op zich
A zelf staand lichaam. De soldaat en veelal ook de bevelhebbers
hadden toen in menig opzicht overeenkomst met den kermis- _ h
kunstenaar, die telkens van meester verwisselend, in elk land,
onder iederen hemel zün kost verdient en nergens een Vader- '°
land heeft. Deze periode , waarin de meeste volken hunne
vrijheid hebben zien verdwünen, is tevens die , waarin de
regeeringen bij machte waren om alleen door middel van geld A
eene strijdmacht te onderhouden. Ook dit tijdvak is voorgoed
afgesloten in de laatste helft der vorige eeuw. /
Reeds vóór het uitbreken der eerste Fransche revolutie was
het voor krijgskundigen duidelijk, dat men ten dezen een '
nieuw tijdperk was ingetreden. Doch sedert de oorlogen, welke
naar die omwenteling zijn genoemd, moet het voor een ieder
· duidelijk zijn, dat het voeren van een krüg, zoowel verdedi-
gend als aanvallend, geheel onmogelük is, zonder den wil en

gil