HomeBeschouwingen over het vraagstuk onzer landsdefensie in den zomer van het jaar 1873Pagina 14

JPEG (Deze pagina), 892.91 KB

TIFF (Deze pagina), 7.58 MB

PDF (Volledig document), 28.38 MB

`*’” ' ‘ ' "` .­r»»r --
12 ?
door een klein getal Kamerleden uitgesproken. Doch volgens
hen die wij thans bedoelen, levert het bekende Art. *177 geen
enkel bezwaar op in den zin , waarin dat woord gewoonlijk
wordt gebruikt. Volgens hen is oefening en voorbereiding der
levende strüdkrachten in tijd van vrede, ook nog heden ten
dage, geheel overbodig. In dien zin zegt de heer Saaymans
Vader, dat, in ure des gevaars zijn leven veil te hebben voor
het Vaderland en in tijd van vrede dienst te doen bij het le- ·
ger, twee geheel verschillende zaken zijn. De heer Godefroi,
na een dergelijk gevoelen te hebben uiteengezet, laat er tot “
meerdere duidelijkheid op volgen, dat hierdoor vervallen alle J,
phrasen, waarin wordt beweerd, dat plaatsvervanging het mid-
del is voor rijken om zich vrij te koopen van eene bloedbe­ j
lasting, tengevolge van welk voorrecht zij in staat zün om in
oorlogstijd anderen voor zich te laten verminken of dood-
schieten.
Wanneer men zulke begrippen is toegedaan, dan vervult
. men als Volksvertegenwoordiger een heiligen plicht door zich
met kracht te verzetten tegen elke poging, die wordt aange-
wend om ten onzent algemeene dienstplichtigheid, onder
welken vorm ook, te doen invoeren. Een afkeurend vo- j
tum, dat zoo krachtig is geargumenteerd, kan niemand be- V
vreemden. Wel moet een ieder het vreemd vinden, dat
men bij het koesteren van deze gevoelens niet met evenveel
kracht aandringt op eene hervorming onzer krijgsinstellingen *
p bepaald in tegenovergestelden zin aan die, welke besloten ligt
in het verworpen Regeeringsvoorstel.
i lndien oefening en voorbereiding der levende strijdkrachten
l in vredestijd werkelijk overbodig is -­ waarom moet er dan
elk jaar een militie­contingent gedurende een zekeren tijd V
onder de wapens verschijnen? - Waarom is dan de zoon van ‘
minder bemiddelde ouders door de Wet veroordeeld om zich al
in zijne jongelingsjaren te zien aanwüzen tot het dragen van
den zoozeer verafschuwden soldatenrok? ­- Waarom dwingt
diezelfde wet den zoon van ruimer bedeelde ouders tot het
koopen van een plaatsvervanger, wanneer hij door het lot voor
i l
l
1