HomeBeschouwingen over het vraagstuk onzer landsdefensie in den zomer van het jaar 1873Pagina 13

JPEG (Deze pagina), 964.85 KB

TIFF (Deze pagina), 7.59 MB

PDF (Volledig document), 28.38 MB

e ii,
subjectieve godsdienst- en zedelijkheidsbegrippen, zonder te
trachten tot het wezen der zaak door te dringen. Hier staat
~ tegenover dat sommigen hunner dit wel hebben beproefd., Bij
het uitvoeren van die poging, is door deze eene stelling ont- I
wikkeld, welke , in onzen tüd, zoowel binnen als buiten ’s lands
moet hebben weerklonken , als ware zij verkondigd door een
poorter van de 15de eeuw , zoo even uit zün langen doodslaap g ‘
ontwaakt. Die stelling is toch geene andere dan dat art. 177
onzer Grondwet alleen doelt en alleen behoort te doelen op '
* tijden van oorlog en gevaar.
Indien onze Grondwet een artikel bevatte, waarbij, in tijden t
van heerschende ziekten aan eenieder , zonder onderscheid, het ‘ I
uitoefenen der geneeskunst werd toegestaan, dan zou - in. 1
onze dagen , na de indrukwekkende gebeurtenissen van den i
jongsten tijd ­ eene verdediging van dat artikel voorzeker I
geen verrassender indruk maken, dan die welken men ont- I
·, vangt door de verkondiging der medegedeelde stelling. ‘<
, Indien Art. 177 onzer Grondwet alleen doelde op tijden J
van oorlog en gevaar, dan zou. de tegenwoordige Regeering I
met nog zeer vele aan haar voorafgaande, schuldig zijn j
aan verregaand plichtverzuim, door niet tüdig maatregelen
A te hebben genomen tot eene herziening onzer Grondwet hier- "
omtrent, want, dan zou de grondslag van ons Staatsgebouw j
`ëj zün als die van het huis , dat op een zandgrond is gebouwd .
A en dat door den eerstkomenden watervloed wordt wegge­ · I
I speeld. - Art. 177 onzer Grondwet kan echter niet uitslui­ __,,
tend doelen op tijden van oorlog en gevaar. Want, wat Q
., beteekent xhet dragen der wapenen”, indien men niet in staat .
is deze te gebruiken? Onze Grondwet is toch geen samenstel ­
van holklinkende en zinledige uitdrukkingen? - Zooals ge- `·
bleken is, denkt een niet gering getal onzer Volksvertegen­
woordigers over de quaestie van >>het dragen der wapenen” en
het vermogen om ze te gebruiken op geheel bijzondere wijze. F
Zij spreken bügevolg ook niet van een grondwettig bezwaar , _
dat bij het invoeren der algemeene militaire dienstpliohtigheid v 1
vooraf behoort te worden weggeruimd. Wel is deze meening f
á