HomeHervorming van de Koninklijke Militaire AcademiePagina 17

JPEG (Deze pagina), 816.30 KB

TIFF (Deze pagina), 6.58 MB

PDF (Volledig document), 13.33 MB

· , 15
opmerkelijk dat men aan de in 1872 hervormde Academie,
die eene model­inrichting moest zijn, alle instructeurs
op één na, tot en met den directeur der studiën, gekozen
heeft uit de kweekelingen van die verdoemenswaardige
[ nalatenschap van Seelig en Delprat. Had men, liever
dan met onbesuisde hand af te breken, voorzichtig de
· T bestaande gebreken verbeterd en de leemten aangevuld,
dan had men zich de tegenwoordige teleurstelling be-
spaard en het tekort aan officieren ware althans veel
. minder groot geweest. Wij zien dus geene enkele reden _'
om niet met vrijmoedigheid voor te stellen de Academie
weder in hoofdzaak op den ouden voet in te richten,
maar natuurlijk met die wijzigingen, welke de tijd ge-
biedend vordert. Dit schijnt ons het eenige middel om
een grooter aantal cadetten te bekomen en officieren,
die bij het verlaten van de Academie zeker op verre
na nog niet de volmaaktheid hebben bereikt (dat ver-
wacht men ook `niet van een dokter of een advocaat
zoodra hij van de universiteit komt) maar toch een veel
beteren grond voor hunne latere ontwikkeling gelegd
dan bü een tweejarigen cursus mogelijk is.
Men heeft het denkbeeld geopperd om tot vermeer­ ·
_ dering van het aantal cadetten de studie aan de Academie
. geheel kosteloos te stellen. Ten opzichte van hen, die
, voor den dienst in Oost­Indië bestemd zijn, zal dit wel
steeds noodzakelijk blijven; men heeft er nu zelfs op
_ die voorwaarde in twee jaar slechts twaalf kunnen krügen;
maar overigens zouden wij geene voorstanders van dien
" maatregel zün, die aan het rijk veel geld kosten en
misschien het gehalte der officieren in het algemeen
niet verbeteren zoude. Art. 13 der Wet van 17 Juli
j 1869 (of een gelijkluidend in eene nieuw te maken wet)
w