HomeKijkjes achter de schermenPagina 59

JPEG (Deze pagina), 653.38 KB

TIFF (Deze pagina), 5.70 MB

PDF (Volledig document), 39.80 MB

57
van de deur, roept een vreeselijke stem mij toe: ,,ln naam
des Konings! ge zijt onze gevangene.” Mijne knieën knikken;
ik smeek afscheid te mogen nemen van vrouw en kinderen,
l maar het wordt niet vergund. Ik verzoek eerst te
mogen kleeden, ook dat kon niet worden toegestaan, alleen
mijn overjas, die aan de standaard hangt, mag ik aantrekken.
Ik word de stoep afgesleurd en in een kanariegele equipage
gestopt. Op den bok zat de eenige koetsier in Amsterdam,
die geen betaling eischt en zelfs niet onbeschoft is als hä
geen fooi krijgt. Maar de stemmen der agenten deden me
‘ telkens denken aan bekende personen uit de kerkeraadsver·
gadering.
Ik wordt terstond gereden naar een oud somber gebouw.
Ik word gebracht in een langen donkeren gang, waar ik ge-
ruimen tijd moest wachten; de geheele omgeving deed mij
, denken aan .L0cvcsz€c@n, waar ik als jongen eens midden in
den winter, voor pleizierl, had gelogeerd. Na een uur
ç toevens wordt onder sterke bedekking een andere gevangene
naar buiten gebracht; hij zag er erg wanhopig uit. Mijn
_, bewaker, wiens stem erg veel geleek op dien ouderling, die
had toegesnauwd dat ik te veel de voorzichtigheid der
slang had, was zoo welwillend mij te zeggen, dat die ge-
vangene zoo even was veroordeeld om ,,te worden geworgd
· met den koorde tot er de dood na volgt! Ik had hem
niet goed kunnen zien, want hij had zijn zakdoek voor de
`ë oogen; maar het was sprekend collega Vos, dacht
Eindelijk werd ik binnengeleid. Acht rechters zaten om
een tafel, eenige bijzitters op den achtergrond. De zaal werd
verlicht door walmende vetkaarsen, aan de wanden zag ik
{ niets dan oude folianten.