HomeEen woord van drie Nederlandsche bisschoppen aan hun volkPagina 15

JPEG (Deze pagina), 505.55 KB

TIFF (Deze pagina), 5.02 MB

PDF (Volledig document), 8.21 MB

. 1
1
11
het apostelambt te bekleeden, óf als Apostel heer-
j schappij te oefenen. Het een zal het ander on-
mogelijk maken. Indien gij beide te gelijk
l` wilt hebben, zult gij beide verliezen.
ll Of wilt gij u laten rekenen tot hen, over wie
F God aldus (Oseas VIII:4) klaagt: »Zü hebben
l geheersoht, doch niet door mij; zij zijn vorsten
geworden, doch Ik heb hen niet gekend." Be-
haagt het u, zonder God te heerschen, dan hebt
gl gij glorie, maar niet bij God. Houden wij aan
het verbod vast, laat ons dan ook luisteren naar
het gebod: »Zoo wie onder u de meeste is, die ·
ë 1 ` wordegelijk de minste; en die de overste is, ge-
A lük een dienaar (Luk. XXII: 26)." Dit is de
1 apostolisohe regel: »de heerschappij wordt ontzegd,
de dienst opgelegd? _
Maar, beweert men eindelijk, »de Pausen zijn
gedurende den loop der eeuwen allengs in het
« bezit eener wereldlijke magt gekomen. De god-
delüke Voorzienigheid heeft dit gedoogd." Is dit
_ echter een regtsgrond? Mag men daaruit, dat
God iets gedoogt of niet verhindert, besluiten,
dat het Gode welgevallig is? Zijn dan alle over-
1