HomeDe waterleiding en de bodem-verontreiniging te 's-GravenhagePagina 8

JPEG (Deze pagina), 826.55 KB

TIFF (Deze pagina), 6.61 MB

PDF (Volledig document), 20.16 MB

elf
l
l
e
l
lr e
l
j uitgebreide schaal te nemen proeven met de Nortonpompen"
vond dit voorstel aanstonds veel bijval. Te vergeefs werd die
motie bestreden, te vergeefs werd gezegd dat, bij aanneming,
L. de waterleiding zoude kunnen beschouwd worden begraven te zijn ;
de motie werd met 17 tegen 16 stemmen aangenomen, en hier-
mede eindigt de geschiedenis der waterleiding in het jaar 1870.
l Ongeveer negentien maanden lang scheen de zaak der water- `
lj leiding in werkelijkheid begraven te zijn, maar op den eersten
Augustusdag van 1871 trad zij weêr te voorschijn. In de op
j i dien dag gehoudene zitting van den gemeenteraad geschiedde
mededeeling dat er op nieuw eene aanvrage om concessie was
ingekomen, en vier weken later werd door B. en W. in wier
handen de aanvrage was gesteld voor praeadvies, voorgesteld
de concessie te verleenen, later evenwel opgemerkt dat aan
2 de beslissing omtrent deze aanvrage moest voorafgaan ez. de
j behandeling der vraag, in de zitting van 25 Januarij 1870
`_ door den voorzitter gesteld: ,,bestaat er behoefte aan eene
waterleiding" en b. de overweging van het voorstel der heeren
ä DE P1N'ro c. s. tot het aanleggen van eene waterleiding
voor rekening der gemeente. De beslissing naderde. In de Raads-
j vergadering op 26 September werd de vraag sub ez. vermeld,
j in hevestigenden zin beantwoord ; 25 raadsleden erkenden daar-
E door dat er behoefte aan eene waterleiding bestond, en slechts
twee raadsleden (de heer Mook en dr. MEIJER) toonden van
l die behoefte, althans destijds, nog niet overtuigd te zijn en
l beantwoordden de vraag met ,,neen". Daarna was aan de orde .
j het voorstel, ongeveer twee jaren geleden ingediend , van de heeren
l DE Prnro c. s., en dit voorstel vond wel is waar ook bestrijders,
jj waartoe o. a. de voorzitter van den gemeenteraad behoorde,
j imaar het vond ook verdedigers en werd ten slotte aangenomen
met 18 tegen 11 stemmen, zoodat besloten was tot den aanleg
M`? van eene waterleiding door de gemeente I).
-- 2
1) Tegen stemden de heeren WEVE, nu Toua van BELLINCHAVIE, MEIJEIL,
ï RASCH, VVITTERT VAN HOOGLAND, VAN DER KEMP, VAILLANT, VAN ·DER DUIJN,
DE La Bassncoun GAAN, Smssannr en de Voorzitter. Afwezig waren de
l1€C1‘C]1 VAN IIARDENBROEK, ENTHOVEN, )S JACOB, Maas CH SCHUURBEQIUE BOE YE.
1

xl
2
ii wp __;g_ jg_4‘ A , 1 c "M