HomeDe waterleiding en de bodem-verontreiniging te 's-GravenhagePagina 6

JPEG (Deze pagina), 828.13 KB

TIFF (Deze pagina), 6.62 MB

PDF (Volledig document), 20.16 MB

?’
l
l
li 4.
j is vroeger door mij medegedeeld, en ook dat in December van
hetzelfde jaar concessie werd verleend, voorts dat daarna de
jj concessionarissen niet voldeden aan de gestelde voorwaarden
j van binnen een bepaald tijdsverloop hunne plannen in te zenden,
¥ daarvoor uitstel verkregen, later nogmaals uitstel vroegen, dat
1 ook dit verzoek ingewilligd werd, dat zij eindelijk op 28 April
1865 definitieve plannen en voorwaarden inzonden, alsmede,
ii dat bijna vijf maanden later dienaangaande nog niet door
j Burgemeester en Wethouders praeadvies was uitgebragt 1).
j Daarna moesten nog eenige maanden voorbijgaan, voordat de
gemeenteraad de waterleiding­kwestiewederom in behandeling
nam. In Februarij 1866 werd door B. en W. voorgesteld, de
il concessie­aanvrage vervallen te verklaren, en te bepalen dat
mededinging naar concessie voor aanleg van eene waterleiding
il zoude kunnen plaats hebben op, door den gemeenteraad vast
te stellen voorwaarden. In April werd conform dit voorstel
besloten, en twee maanden daarna een ontwerp van voorwaarden
i door B. en W. ingediend. Op 17 Julij werden nu de voor-
waarden vastgesteld door den gemeenteraad, nadat een in de-
i zelfde zitting ingekomen voorstel van vier raadsleden, de
l · nn PINTO, MA.A.s, Evssnm.-en van Svrnsrnrn, strekkende om te
besluiten ,,voor rekening der gemeente eene waterleiding aan
te leggen, om te voorzien in de behoefte der gemeente en
harer ingezetenen,°’ met 18 tegen 9 stemmen, verworpen was. · ,
In 1867 werd den generaal­majoor DELPRAT het onderzoek
l van inmiddels ingekomene concessie­aanvragen opgedragen. Dat >
hiermede het belangrijke vraagstuk nog niet spoedig zijne
l oplossing naderde, kan daaruit blijken dat op 13 October 1868
,; door den gemeenteraad besloten werd, in overleg met het
l gemeentebestuur van Leiden te treden, omtrent het doen ver-
li . vaardigen van ontwerpen voor eene duinwaterleiding voor ge- g
jl meenschappelijke rekening, behoudens magtiging van Gedepu­
teerde Staten. Hierna kwamen nu wederom twee aanvragen l
om concessie voor aanleg, en in de zitting va11 30 November

e 1) De waterleieiing te ’s Gravenhage. ’s Gravenhage. 1865, blz. 19-20.
li
ï 1
i