HomeDe waterleiding en de bodem-verontreiniging te 's-GravenhagePagina 25

JPEG (Deze pagina), 784.39 KB

TIFF (Deze pagina), 6.62 MB

PDF (Volledig document), 20.16 MB


l
23
doeleinden gebruikt worden, in privaten zoude dat water
W in groote hoeveelheid worden ingegoten, voor baden zoude water
gebruikt, met water zoude zonder vrees voor een te-kort omge- ‘
t , gaan, veel water zoude vermorst worden, en ten slotte zoude
j er veel. vuil water zijn; hoe al dat verontreinigde water moest
verwijderd worden, had toch beslist moeten zijn.
Een juist begrip omtrent het onmiskenbaar verband tusschen
wateraanvoer en riolering, heeft blijkbaar ontbroken; in het '
‘ tegenovergestelde geval ware waarschijnlijk wel eene beslissing
genomen. In beginsel moest vóór de opening der waterleiding
beslist zijn of de faecalia af te leiden in algemeene afvoer-
" kanalen bestemd voor verwijdering van hemel-, vuil water,
vloeibaar straatvuil en dergelijke, er de faecalia daarvan afge-
scheiden te houden, en dan vervolgens, of voor de verzameling en
· verwijdering der faecalia aan het Liernur­stelsel, aan het tonnen-
. stelsel of aan een ander stelsel de voorkeur zoude gegeven worden.
Zelfs omtrent dit beginsel is echter niets beslist. Geheel de
kwestie der verbetering van de riolering is nog onbeslist; het
nemen van een besluit daaromtrent is dusverre uitgesteld,
_j ofschoon door dat uitstellen het kwaad al erger wordt en grooteren
‘ omvang verkrijgt. Toch is het nemen van een besluit dien-
aangaande, hoe belangrijk ook, niet zoo moeijelijk, als wel
i voorondersteld wordt, onnoodig in elk geval eerst proeven te
_ nemen omtrent de doelmatigheid van wat bekend is, b. v. E
E onnoodig eerst nog proeven te nemen met het tonnenstelsel,
á waarvan men ook wel vooraf kan zeggen dat het nooit in ‘,
I de geheele gemeente in toepassing gebragt zal kunnen worden. V
En wat belet bovendien, in sommige buurten de faecalia op
j deze, in andere op gene wijze te verzamelen en te verwijderen?
i Hoe dit zal geschieden was eene kwestie die nu niet op den i
, vi voorgrond stond. De hoofdzaak was nu: de privaten laten uitlozen
op de riolen of niet.
ii Hieromtrent eene beslissing genomen zijnde moet de ver-
+ betering der riolering natuurlijk volgen; bleef men zich tevreden
stellen met omtrent het beginsel tot overeenstemming te zijn
Tj, gekomen, dan zoude dit nog weinig baten voor het algemeen
belang. En hoe dan voorts de riolen, dit geldt althans voor de ki
. g {
jh W
jl l