HomeDe waterleiding en de bodem-verontreiniging te 's-GravenhagePagina 19

JPEG (Deze pagina), 821.36 KB

TIFF (Deze pagina), 6.70 MB

PDF (Volledig document), 20.16 MB

l I
V 17
al
2 kunnen binnendringen, al is het huis niet van gasleiding voor-
zien en al bevindt zich de ondigte gasbuis op vrij grooten afstand
onder het plaveisel, kan dit ook met het bodemgas gebeuren.
’? Von Piarrrnnkomrn maakt dan ook de opmerking dat, werd vroeger
i alleen gesproken van de mogelijkheid dat iemand het welwater
_ van zijnen buurman kon bederven, blijkens latere waarnemingen j
2 omtrent de beweging van gassen in den bodem , ook moet gedacht
f worden aan de mogelijkheid van bederf der lucht in eene naburige
woning door verontreiniging van den bodem 1).
V Van de gassen die uit stinkende grachten of uit verzamelingen
A van vuil boven den grond zich ontwikkelen, onderscheiden de uit
"; den bodem opstijgende en de woningen binnendringende zich
veelal ook daardoor dat gene spoedig ontdekt kunnen worden i
; door onze reukorganen, en deze wegens verdunning vaak ont- i
’ snappen aan het waarnemingsvermogen van genoemd zintuig,
waardoor echter het gevaar niet vermindert; gevaarlijker, ofschoon i
i minder spoedig doodend, is dan ook in dit opzigt de toetreding j
, van bodemgas dan van lichtgas in onze woningen.
ë . . . r
Voor hen die eenen bodem bewonen, vochtig en bovendien ;j
verontreinigd, heeft dit ten gevolge dat er gebrek is aan goed
water, en dat eene lucht moet worden ingeademd, die schade-
lijke gassen bevat. De groote vochtigheid maakt bovendien de
woningen vochtig, en, ofschoon de gevaren van de bewoning i
i van vochtige huizen vaak overdreven zijn, mogen zij toch niet te
• gering geschat worden. Niet onbelangrijk is daarbij echter de g
. oorzaak der vochtigheid ; of het vocht afkomstig is van de bouw-
r materialen, dan of het vocht uit den bodem in de muren opstijgt,
heeft niet dezelfde uitwerking, en zoo ook niet of het opgezogen
vocht alleen water is, of eene min of meer verzadigde oplossing
van in ontbinding vèrkeerende stoffen. Tegenover den overvloed
Q 1) VON PETTENKOFER, Bezieámzgm der Luft zu Kleidzmg, Wo/Emmy und
J Boden, Braunschweig, 1§72, S. 93 , waar rv. P. zegt; ,, Es ist bisher von uns
V> eine grosse Kurzsichtigkeit gewesen wenn wir geglaubt haben , der unreinliche
{ Nachhar könne uns höchstens das Wasser in unserm Brnnnen vergiften, er kann
uns auch die Grundluft vergiften, und das scheint noch um so viel gefàthr1ichei·
zu sein , als die Luft verbreiteter und bewcglicher als das Wasser ist.”
.l
#1