HomeDe waterleiding en de bodem-verontreiniging te 's-GravenhagePagina 17

JPEG (Deze pagina), 823.81 KB

TIFF (Deze pagina), 6.66 MB

PDF (Volledig document), 20.16 MB

l
*
15 F
oppervlakte reeds water. De afwatering van het terrein is slecht, j
e11 een gevolg daarvan is geheele of althans meestal geheele stil-
A stand van het water der grachten, die dientengevolge en omdat l
Q daarin riolen en andere afvoerkanalen hunnen inhoud uitstorten,
schadelijke gassen ontwikkelen en veel stank veroorzaken, wel is
j waar niet alle grachten in gelijke, maar toch alle in meerdere of ;
mindere mate, het Kanaal niet uitgezonderd. Een ander gevolg
van de slechte afwatering is, in verband met de aanwezigheid van
eene digte veenlaag van verschillende dikte op onderscheidene
i plaatsen, dat het water in den bovengrond niet geregeld afloopt
noch wegzakt; wel is waar veroorzaken langdurige droogte en
lm . . . Q
sterke verdamping eene daling, maar steeds vindt men grondwater
op betrekkelijk geringe diepte. De bodem kan derhalve vochtig i
* genoemd worden. l
De bodem is ook niet zuiver, verschillende omstandigheden
hebben reeds sints vele jaren tot verontreiniging bijgedragen;
ondigtheid van secreetputten, ondigtheid van riolen en rioolputten,
aanwezigheid van mestvaalten, slechte verwijdering van straatvuil, E
* enz., kunnen als zoodanig worden genoemd. Wil men zich over- l
__.,jj tuigen hoe de inhoud van secreetputten zich vermengt met de be-
standdeelen van den bodem, dan grave men op niet te verren afstand j
. van zoodanigen put, eenen kuil diep genoeg dat die, bij eenige ‘
i daling van het grondwater, niet aanstonds droog loope; de j
i inhoud van den put zal dan meestal blijken op gelijk niveau te
staan met het water in den kuil; verhoogt men het niveau in den -
P put, dan zal het toch wederom allengs dalen en zich na korteren j
j of langeren tijd gelijk stellen met dat in den kuil; omgekeerd, A
ledigt men den put, dan zal betrekkelijk spoedig weer toevloeijing
van grondwater dien tot de vroegere hoogte aanvullen.
[ Ook voor ’s Gravenhage geldt wat in het Handboek der open-
j bare _qezon¢Z£eirZs1·egeZi7z_q en der geneesázmrlige politie, uitgegeven V?
jj onder redactie van dr. AL1 Corrniv, (Dl. I, blz. 211) is gezegd,
l aangaande een geregelde eb en vloed tusschen het zoogenaamde
grondwater en rioolwater, die plaats vindt in vele wijken van Amster- l
jl dam, Rotterdam en in andere laag gelegene klei- en veenstreken
lj van ons land, Welken verderfelijken invloed de ondigtheid der
j €
fi
. li
it
ïl