HomeDe waterleiding en de bodem-verontreiniging te 's-GravenhagePagina 15

JPEG (Deze pagina), 784.43 KB

TIFF (Deze pagina), 6.66 MB

PDF (Volledig document), 20.16 MB

`l
13
Deze opmerking is door den voorzitter van den gemeenteraad be-
antwoord, door te zeggen: ,,dat de inspecteur van het geneeskundig
Staatstoezigt over de beerputten geklaagd heeft, is volkomen j
? waar. Gister is nog een brief van hem ontvangen, die in handen ;
is gesteld van den heer WALDORP. Het bezwaar is gelegen in de i
waterclosets, die water uitstorten op de beerputten , waardoor die
nu spoedig overloopen. Het is dus nu de vraag, hoe dat verholpen '
moet worden." In dit antwoord van den burgemeester, waaruit
overigens blijkt dat de geneeskundige inspecteur wederom in
October eene waarschuwende opmerking over de spoeling der j
privaten heeft doen toekomen aan het gemeentebestuur, en dat
'° dit dus nog niet overtuigd scheen te zijn, wordt de zaak niet
volkomen juist voorgesteld. Uit de gegevene voorstelling zoude I
toch kunnen opgemaakt worden dat de inspecteur uitsluitend
gewaarschuwd had tegen de waterclosets ; uit een hygienisch oog-
punt is het evenwel onverschillig of door inrigting van waterclosets
het instroomen van water in de beerputten bevorderd wordt dan
of een gewoon privaat te dikwijls wordt doorgespeeld. Verder, de
+ voorzitter van den gemeenteraad heeft het doen voorkomen alsof
gewaarschuwd werd tegen bodemvervuiling door ,,overloopen"
der beerputten. j
Dat nu een beerput zoude kunnen overloopen, valt niet te
ontkennen, maar dit zal wel in de minste gevallen gebeuren.
Gelijk privaat, kolk, afvoerkanaal en beerput in den regel zijn
aangelegd, heeft het afvoerkanaal eene zekere helling, en de uit-
monding in den put is boven aan den regtstandsmuur, beneden "
den onderkant van de kruin. Zoude dus een beerput overloopen,
dan moest die eerst tot boven aan de kruin gevuld zijn waarmede
een gevuld zijn van het afvoerkanaal moest gepaard gaan, en zelfs
A van de kolk; er zoude evenwel alsdan eene zeer hinderlijke stank-
ontwikkeling in het privaat ontstaan. Denkt men zich eenen anderen
, aanleg, waarbij de put diep ligt en het afvoerkanaal zijne uit-
; monding heeft boven in de kruin, dan kan men zich ook CBII
i overloopen van den put voorstellen, mits daarbij zich voorstellende
dat het afvoerkanaal geheel of ten deele kan vergeleken worden
` met eenen koker voorzien van openingen; bij goede constructie
" l

l
l