HomeDe zedekunde volgens de beginselen der leer van HerbartPagina 29

JPEG (Deze pagina), 587.73 KB

TIFF (Deze pagina), 5.38 MB

PDF (Volledig document), 20.91 MB

zooals een dichter zegt, in de treurige naaktheid
van het menschdom vóór de grootheid van de
wet. Aan iemand die de volmaakte deugd nog niet
_#- bereikt heeft ; (en wie kan dit van zich zelven zeg-
gen P) vertoont zich de rei der praktische ideën als
eene wet, en hij beschouwt het als een plicht, die
ideën op te volgen. Voor hem kost de deugd nog
strijd, waar de volmaakt deugdzame boven verhe-
1 ven is. Maar wanneer nu de rei der zedelijke ideën
zich als wet voordoet,_ dan komt de vraag: wie
L heeft die wet gegeven? in aanmerking. Verschei-
dene godsdienstleeraars zeggen onbewimpeld: God!
en zeker, wij willen volstrekt niet loochenen, dat
[ de eerste grond van de zedewet in God te zoeken
! is ; maar de onmiddelijke wetgever is voor ieder
zijn eigen geweten, dat hem ronduit in het aange-
v zicht zegt: gij kunt geen goed mensch wezen, als
gij deze wet niet opvolgt! Dit is ook erkend door
den Apostel Paulus, toen hij zeide; wanneer de hei-
denen, die de wet niet hebben, van nature de din-
? gen doen, die der wet zijn, dezen, de wet niet heb-
bende, zijn zich zelven eene wet. Als die betoonen
j het werk de1· wet geschreven in hunne harten, hun
E geweten medegetuigende, en de gedachten onder
elkander hen beschuldigende of ook ontsclnildigende.
!
E
,!
I
j .
1 ‘ .
!