HomeDe zedekunde volgens de beginselen der leer van HerbartPagina 28

JPEG (Deze pagina), 596.10 KB

TIFF (Deze pagina), 5.38 MB

PDF (Volledig document), 20.91 MB

dat hij steeds weet wat hij wil, en wil wat hij weet;
die geen ding ten halve doet, maar alles zoo goed
il mogelijk; die welwillend is jegens alle menschen jl
en deze gezindheid, zoodra daartoe gelegenheid is,
E in daden openbaart; die nimmer strijdt over het
Q mijn en dijn, maar alle dergelijke oneenigheden
Z door schikkingen zoekt te voorkomen, en zich nauw-
gezet houdt aan hetgeen daaromtrent is vastgesteld;
die goed goed noemt en kwaad kwaad, en het I
E hem bewezene goede met dank, en waar hij kan,
met wederdienst vergeldt, en die het hem toege- ,
voegde leed niet als de stier, die den mug op zij-
l _ nen horen niet voelt, gering acht, maar het wel
4 degelijk gevoelt en er van afkeerig is, al beletten
‘ andere ideën hem, om den kwaaddoener te vergel­
{ den door hem hetzelfde te doen ondervinden. Zou
zoodanig iemand niet voor een volmaakt zedelijk j
mensch gehouden worden?
Plicht.
i Voor den volinaakten bestaat geen plicht, even-
min als er groeien bestaat voor den volwassenen. V
li Hij bij wien de deugd tot eene tweede natuur ge-
j worden is, betracht ze van zelf, zonder strijd of
moeite, evenals een goede boom uit zijnen aard _;
goede vruchten voortbrengt ; maar wanneer iemand
nog niet zóó ver gevorderd is, dan staat hij nog,
Fi I
. lj.
5
E i
l ., < , ,