HomeDe zedekunde volgens de beginselen der leer van HerbartPagina 27

JPEG (Deze pagina), 583.20 KB

TIFF (Deze pagina), 5.35 MB

PDF (Volledig document), 20.91 MB

K 25
i ‘ indringen veelvuldigen samenhang tusschen de ideën
Q waarneemt, en bijvoorbeeld niet inziet, hoe iemand
volkomen billijk jegens anderen zijn kan, als
weet, dat hij zelf tegen allerlei ideën zondigt, of
· hoe iemand, die de inwendige vrijheid mist, recht-
vaardig kan wezen, wanneer zijne hartstochten hem
aanzetten, om iets te doen of zich toe te eigenen,
` hetwelk hem door de rechtvaardigheid ontzegd is;
zoo is het toch in allen gevalle zeker, dat iemand
dit niet doen kan en tevens beweren, dat hij zich
L i de geheele zedelijkheid heeft eigen gemaakt. Vij
spraken dus van deugd, plicht en zedelijk goed in
i i . het enkelvoud; en dan noemen deugd den toe-
‘ U stand van iemand, die zijn leven volgens de ideën
,` inricht; plicht de roeping, die door de ideën tot
hem gericht wordt, die het nog niet zoover ge-
bracht heeft; zedelijk goed den toestand, die een
{ onvermijdelijk gevolg is van het in beoefening bren-
Y gen der praktische ideën. Wij willen deze drie pun-
' ten nog eens elk afzonderlijk bespreken.
Deugd
Deugd is dus leven overeenkomstig de ideen.
= Dit is zóó sohoon, dat het, wanneer het helder en
duidelijk wordt voorgesteld, noodzakelijk genegen-
heid moet opwekken. Verbeeld n iemand, wiens _
gemoedsbewegingen volkomen samenwerken, zoo-