HomeDe zedekunde volgens de beginselen der leer van HerbartPagina 23

JPEG (Deze pagina), 634.88 KB

TIFF (Deze pagina), 5.47 MB

PDF (Volledig document), 20.91 MB

i
‘ · 1
j 21 M
’ wettigein. Dit gaat niet aan; want, al heeft iemand .
j eene misdaad gepleegd, waardoor hij zich erg tegen
l de idee der welwillendheid en der rechtvaardigheid
j heeft vergrepen: dan is het daarom nog niet goed
. ' te keuren, wanneer men nu in zijn gedrag jegens
hem die ideën evenzeer overtreedt. Hij blijft een
mensch, en eenen mensch te haten of van zijn recht
° te berooven is en blijft verkeerd: maar de billijk-
heid vordert, dat de anderen, al verzachten zij hun
gedrag jegens hem, omdat de welwillendheid en
de rechtvaardigheid dit vorderen, evenwel zijn ge-
drag geenszins als onverschillig beschouwen. Kwaad
blijft kwaad, en al moge men den persoon sparen,
evenwel is het laakbare onverschilligheid, wanneer
men het kwaad niet als kwaad aanmerkt. Met deze
' beperking, die uit de geheele zedelijkheid van zelf j
voortvloeit, is het onvermijdelijk, dat men de bil-
‘, ‘ lijkheid als lofwaardig en goed beschouwt, en dus j
de idee der billijkheid eene plaats onder de zede­
’ lijke ideën laat innemen. Een onderdeel van de
idee der billijkheid is de waarheidsliefde, daar het I
` onbillijk is, het in ons gestelde vertrouwen door
het spreken van onwaarheid of het plegen van be- |
drog te beantwoorden. ;
De idee der billijkheid zien wij aanschouwelijk in
het gedrag van den Romeinschen dictator Papirius
Cursor, die in den oorlog tegen de Samnieten ter lei-
ding van eene volksvergadering naar Rome geroepen,
zijnen onderbevelhebber Q. Fabius Maximus uitdruk-
l