HomeDe zedekunde volgens de beginselen der leer van HerbartPagina 18

JPEG (Deze pagina), 633.63 KB

TIFF (Deze pagina), 5.38 MB

PDF (Volledig document), 20.91 MB

. V,
· geheel op zich zelve, al kan zij zich door belemme-
rende omstandigheden niet openbaren, al weten de jl
personen, die haar voorwerp zijn, er niets van, al l
wordt zij jegens onwaardigen gekoesterd; hare
schoonheid blijft zij behouden, en de idee der wel-
A willendheid verdient eene eereplaats onder de prak-
tische ideën. tf
Iemand zou kunnen zeggen, dat welwillendheid
jegens onwaardigen toch eigenlijk verkeerd is; maar l
dit looehenen wij niet. Wij merken alleen aan, dat
. dit niet aan de welwillendheid ligt, maar, evenals
bij de vorige idee, daaraan is toe te schrijven, de- , I
wijl ééne idee het geheele gebouw der zedelijkheid l
niet dragen kan. Het gebouw is een vijfhoek met
vijf hoeksteenen, waarvan er geene enkele kan ge- j
mist worden, opdat het geheel volmaakt zij; maar ·
dit ontneemt niets aan de waarde van elken hoek-
steen; of, om zonder beelden te spreken; zoo ver- [
keerd en verwerpelijk als het egoïsmus is, zoo edel ”
en schoon is de welwillendheid, die eigenlijk een
karakter beminnelijk maakt. Inwendige vrijheid en I
energie mogen achting afdwingen; welwillendheid
. doet meer, zij verwekt ook welwillendheid in den
toeschouwer. Zij is het, waarop de apostel Paulus
zulk eene welsprekende lofrede (I Cor. XIII) ge-
houden heeft; want wat daar, in de vertalingen, i
liefde heet, wordt, met een minder dubbelzinnig en
_ zijne beteekenis meer onmiddelijk ten toon dragend
woord, door Herbart te recht welwillendheid ge-